Preek voor vierde Advent, over een kerstreclame van Plus, Johannes en Jezus


Er zijn een heleboel legenden rond de geboorte van Jezus. Over een vogel, die het kindje in slaapt zingt in de stal. Over een spin die een web weeft voor de ingang van een grot, zodat de soldaten van Herodes die Jezus zoeken, hem niet zullen ontdekken.

Er zijn ook zulke legenden over Johannes. Ook naar hem zochten de soldaten van Herodes. Zijn geboorte was wonderlijk. Zijn moeder Elisabeth was te oud geweest om een kind te krijgen, dus Johannes zou een bijzonder kind kunnen zijn, een bedreiging voor em. Toen Elisabeth hoorde dat Herodes haar zoon zocht, vluchtte ze met hem naar de bergen. Toen ze hoog in de bergen voor een grote rots stond, riep ze: “Berg van God, alsjeblieft, neem deze moeder en haar kind in je op.” Haar stem weerkaatste tussen de rotsen. En in de stilte die volgde gebeurde het. De rots opende zich en nam moeder en kind in zich op. Dat hoop je toch, voor alle kinderen in deze wereld, dat wanneer de moeder te uitgeput is om te troosten, er vogels zijn die voor hen zingen, dat een web van een spin hen verbergt als ze moeten vluchten en dat er een rots is die zich opent en hen binnenlaat als ze achtervolgt worden. Dat zo de hele schepping van God meewerkt aan het brengen van vrede. In een groots en kosmisch gebeuren.

Diepe en grote verlangens komen op als het zo donker is buiten als nu, en het licht ver weg. Naar hoop en vrede. Naar dat blinden weer kunnen zien, doven weer kunnen horen en doden weer leven. Naar dat Christuskind, dat dit allemaal vertegenwoordigt.

Er is een gewaagde reclame op tv van supermarkt Plus, dat zulke grote verlangens laat zien. Dat gaat over een meisje met gescheiden ouders. Ze woont een deel van de week bij haar vader en een deel van de week bij jaar moeder. Met haar knuffel gaat ze heen en weer. Je ziet haar in de auto van haar vader stappen, zwaaiend naar haar moeder. Je ziet haar in zijn flat een armetierig kerstboompje optuigen. Je ziet haar terugkomen bij haar moeder, en daar een kerstboom opzetten, maar dan een hele grote, en de nieuwe partner van haar moeder helpt mee. Zo gaat ze heen en weer tussen haar moeder en haar allenige vader. Als het bijna kerst is laat ze een kadootje achter bij haar vader, onder het armtierige kerstboompje. In het pakje zit een gourmetpannetje uit het huis van haar moeder. En met dat pannetje stapt de vader met kerstmis het huis van de moeder binnen en krijgt hij een plaats naast een stralende dochter.

Een diep verlangen spreekt hier uit, van kinderen met gescheiden ouders, de ouders bij elkaar, zonder ruzie. Een diep verlangen ook van ons allemaal, naar harmonie, naar samen. Het is een harmonie waarin je allerlei angels en stekels vermoedt, met pijnlijke verlegenheden en verdriet. Dappere familie die dit aandurft, de nieuwe partner en de gescheiden vader samen aan tafel. Dat kan lang niet altijd. En dat kan je juist zo voelen met kerst. De conflicten die er zijn in je familie, soms onderhuids, soms luid en duidelijk en soms doordat je geen contact meer kunt hebben.

Johannes en Jezus vormen een groot contrast. Het is mooi dat Johannes centraal staat, op dag van de heilige nacht, waarin de geboorte van Christus gevierd wordt. Johannes is zo heel anders dan dat kind in de kribbe, dat zo zoet en weerloos is. Johannes is stoer en groot. Hij draagt een kamelenharen mantel, vast veel en vaak en als hij eet, eet hij sprinkhanen en wilde honing. Ver weg van de mensen woont hij, alleen in de woestijn.

Johannes roept op tot inkeer. Mensen komen naar hem toe in de woestijn en vragen wat ze moeten doen. Tegen soldaten zegt hij, dat ze niemand moeten afpersen. Tegen de belastingambtenaren dat ze niet meer moeten geld moeten vragen dan ze is opgedragen, en alle mensen die te eten hebben, roept hij op dat te delen. Johannes wil dat mensen anders gaan leven.

Als profeet die oproept tot inkeer staat Johannes voor ons, in zijn ruwe kamelenharen mantel. Hij laat ons het licht zien, hoe het wel zou kunnen zijn. Met z’n allen aan tafel. Geen oorlogen. Niemand die hoeft te vluchten.
Het gekke is, hoe meer wij in contact komen met het licht, met hoe mooi en goed het zou kunnen zijn, hoe meer we het donker zien, wat moeilijk is en helemaal niet gaat. Dingen die we zo graag anders zouden willen, al kunnen we er vaak helemaal niks aan veranderen. Zo van: “Ah ja, dat had ik graag gewild deze kerst, dat mijn dochter kwam, dat we samen zouden zijn.” Of: “dat ik fijn rond de tafel kon zitten met de hele familie, de lam bij de leeuw.” Johannes zegt, ziet dat, erken dat. Laat het er zijn: de verlangens, het gemis, de boosheid om alles wat er niet is, en misschien wel nooit meer, dan geeft dat ruimte. Dat geldt ook voor onze uitvallen, onze geniepigheid, momenten dat we onze mond hielden, terwijl we hadden moeten spreken. Als je die dingen durft te zien en erkennen: “ja, dat is zo,” dan geeft dat opluchting. Dat is de weg van inkeer, de weg van Johannes.

Je kunt die weg alleen gaan als het je gegeven is je door verlangen te laten raken, als je het licht kunt voelen. Dat lukt niet iedereen. We lazen vanmorgen in het evangelie over mensen die zich niet kunnen laten raken. Zo teleurgesteld door wat het leven hen gaf, dat ze nergens meer in geloven. Er staat: wanneer je voor hen op een fluit speelt, willen ze niet dansen, wanneer je een klaaglied zingt, willen ze niet rouwen. Afgestompt zijn ze. Ze willen Johannes niet omdat hij niks eet en drinkt, en wie weet van een demon bezeten is. Jezus willen ze ook niet, omdat hij teveel eet, dronken is en ook nog eens een vriend van tollenaars en zondaars. Ze genieten niet. Ze rouwen niet. Ze geloven nergens meer in.

Het mooie van Johannes dat hij blijft roepen en wenken en wijzen naar het licht. Hij blijft daar staan in zijn kamelenharen mantel. En brengt ons in contact met wat we anders zouden willen in ons leven, met wat we liever anders gedaan zouden hebben, met ons verdriet en berouw, met ons diepe, diepe verlangen naar eenheid en harmonie. Op die manier wijst hij de weg. We hebben Johannes nodig om Kerstmis te kunnen beleven. Hij effent de weg, verwijdert stenen en obstakels voor de wijsheid en het licht. Jezus en Johannes kunnen niet zonder elkaar.

Jezus zet zichzelf helemaal in de traditie van Johannes. Hij ziet Johannes als Elia waarvan de profeten spraken, dat hij terug zou komen. Johannes, op zijn beurt wijst naar Jezus, als de Messias, als degene die verwacht wordt. Voordat Johannes en Jezus geboren worden ontmoeten ze elkaar al, in de buiken van de zwangere Elisabeth en Maria. Johannes springt dan op van vreugde. Herkenning, verwantschap.

Waar is dat kind dan concreet, in ons leven? Waarin kunnen we het licht van dit kind herkennen? Het is er aan die tafel uit de reclame met de gescheiden vader en moeder, hun dochter en die nieuwe partner, met alle ongemakkelijkheid die er bij hoort. Het is er in de pijn van weer niet als familie bij elkaar. Het kerstkind is allang beneden als je morgen naar beneden komt om aan de ontbijttafel te zitten. Het is er in je verdriet dat je zacht maakt voor jezelf.

Johannes wijst het je. Hij effent de weg. Zodat dat kind, zacht en teer de deuren opent van je hart en daarin binnentreedt.

Amen

Gelezen: Jesaja 62:8-12; Mattheus 11:2-19.
In de Lichtkring, PKN Hoofddorp, 24 december 2017

Jezus door het vuur

Vorig jaar heb ik met bevriende sjamanen een ritueel gedaan rond een vuur. Voor sjamanen is vuur belangrijk. Dat ging zo. Ieder voerde een houten kruisbeeld door het vuur. En iedereen legde in gedachten een beproeving van zichzelf op het beeld om mee door het vuur te nemen. Een diep verdriet of lijden. Ieder nam het om de beurt in handen, zalfde het met rozenolie en zong het toe, op eigen wijze.

Een beeld door het vuur voeren, lijkt enger dan het is. Je denkt dat je handen vlam vatten, dat Jezus in brand vliegt, maar dat is niet zo. Het beeld blijft intact en jijzelf ook. Maar het gevaar en de angst die het oproept is wel essentieel bij dit ritueel. Het brengt je bij de heftigheid van je beproeving. En dit te doen brengt troost en lucht op. Zoals Jezus zich overgeeft tot het einde toe, zo kunnen wij dat misschien ook. Dat ervaar je dan.


Jezus als minste der mensen - Als christen mee met Hare Krishna's

Jezus stond niet op de eerste plaats op het altaar. Hij stond een verdieping lager. En ik kon daar niet tegen.

Tot op het laatste moment is het onzeker geweest of er wel voldoende mensen van de Hare Krishna’s mee konden gaan naar het Eigenwijs Festival. Uiteindelijk was de bezetting niet groot. Zo kwam het dat er een oudere monnik meeging, die niet betrokken was bij de gesprekken en de voorbereiding vooraf. Hij kwam een dag later en verzorgde het altaar. Hij besloot dat het Jezusbeeld dat we boven op het hoofdaltaar hadden gezet, van het hoofdaltaar af moest en op de laag eronder gezet werd. Daar staan de goeroes, ook de stichter van deze stroming, Prahbupadha staat daar. Ik had ook een Zwarte Madonna bij me, maar die stond op haar eigen altaar, in een andere tent.

Ik ben wel vaker in situaties waar ik de enige christen ben en mijn religie wordt afgewezen. Maar dit was heftiger. Het riep niet het beste in mij op, Jezus op de onderste verdieping. Ik was van plan een labyrint te leggen met een Jezusbeeld in het midden en dacht bij mezelf: “Wacht maar, Jezus staat heel centraal hier op dit workshopveld vandaag.”

Ik had me verheugd op het ochtendprogramma. Dat is een soort viering met een hele hoop devotie en aanbidding. Voor mij was dit een van de redenen geweest om mee te gaan, om daarvan te leren, hoe ze deze devotionele handelingen uitvoerden, hoe het was om dit met deze intieme groep te doen, wat het opriep en wat ik daarvan over zou kunnen nemen. Je richt je daarbij op het altaar. Maar toen we het deden, die eerste keer, was het moeilijk om mee te gaan in de devotie nu Jezus niet bovenop het altaar stond

20621243_1623208441043450_4654902623582054826_n.jpg

Gelukkig was er ook aandacht voor de goeroes in het ochtendprogramma. We hadden eigenlijk besloten dat onderdeel van de viering niet uit te voeren op het festival, qua tijd, maar we deden het toch. Toen ging de aandacht naar de tweede laag op het altaar. Voor goeroes is veel affectie. Ze krijgen bloemblaadjes en er staan kommetjes water bij hen. Jezus een iets kleiner kommetje dan Prabhbupada, maar ik moet niet op alle slakken zout leggen. Mijn hart ging open en sweetness kwam binnen toen we allemaal bloemblaadjes legden op het Jezusplankje. Ik werd helemaal gelukkig.

Die dag legde ik het labyrint neer. Het lag er te stralen met Jezus in het midden. En toen de van oorsprong Joodse N, die een afkeer van Jezus heeft, het labyrint ging lopen, bood ik aan het beeld weg te halen. Het hoefde niet.

De laatste dag werd ik wakker en ik dacht: “Jezus, minste der mensen.” Want het bleef moeilijk, Jezus op het onderste niveau. Hoe vaak heb ik die woorden “Jezus, minste der mensen” niet gezongen in een rijk versierde kerk, waar de dominantie van afspatte. Ik heb het nooit gevoeld dat ‘minste der mensen’. Nu maakte ik het mee. Jezus, minste der mensen, dienstknecht.

Er was opnieuw een ochtenddienst op deze laatste dag. En toen we aan het eind van de dienst waren en ik met mijn neus op de grond lag bij het gebed, overwoog ik of ik “Bless the Lord” zou inzetten. Maar het voelde zo geforceerd. Aan het eind van de dienst worden alle goeroes opgenoemd, dank gezegd en heil toegezwaaid. Dat is een vrolijk moment. En tot mijn verrassing hoor ik N. achter mij roepen: “Leve de Zwarte Madonna!” “Leve Jezus!”

Ik leerde deze dagen iets anders dan ik had verwacht. Ik leerde dealen met een situatie waarin Jezus op de tweede plaats werd gezet. Ik moest een stap terug doen. En ik leerde Jezus kennen als minste der mensen. Uiterst leerzaam.

Geplaatst in de groep Pioniers Protestantse Kerk, 2017

St. Alfonsus de’Liguori (1696-1787)

1 augustus Paco Guzman 9039670734_8f589b352c_b.jpg

Bezin je in de maand augustus met de heiligen: down to earth en spiritueel. Elke dag heeft een eigen heilige. Trek een tarot of orakelkaart, of laat je verassen door de vraag.

St. Alfonsus de’Liguori is gezien aan het sterfbed van paus Clemens XIV, terwijl hij tegelijkertijd in zijn kloostercel was, vier dagreizen bij de paus vandaan. Dat is bilocatie! Het speelde een grote rol in zijn heiligverklaring.

Vraag voor een kaart: Op welke tweede plek ben ik aanwezig op dit moment?

HET JEZUS LABYRINT – ALS CHRISTEN MEE MET HARE KRISHNA’S NAAR EEN FESTIVAL

Een van mijn missionaire activiteiten op het Eigenwijsfestival, waar ik samen met de Hare Krishna's aanwezig was, was het aanbod een labyrint te lopen met een Jezusbeeld in het midden.

Het labyrint stond voor onze tempel, bij de ingang van en veld en was gemaakt van sjaals. In het midden van het labyrint kon je een Jezusbeeld zegenen. Dat gebeurde met kleine klankschaaltjes, die naast het beeld stonden. Om een toon te maken met een klankschaal, houd je de schaal op je platte hand en sla je met een drumstok tegen de rand. Dan klinkt er een heldere toon, die lang door draagt. Als je in het midden van het labyrint aankwam, ging je voor het beeld zitten, je hield de klankschaal bij het beeld en je maakte een toon, met de intentie Jezus te zegenen. Het mysterieuze is dat je door het beeld te zegenen met de klankschaal, de zegen van Jezus terugkrijgt. De toon die je maakt als zegen, ervaar je ook in je eigen hart. Voor alle duidelijkheid. Het ging in dit ritueel niet om het beeld zelf. De deelnemers keken naar beeld, voerden de handelingen voor het beeld uit, maar de intentie was daarbij contact met wat daarachter ligt, met Jezus. Het gebaar bood de gelegenheid voor de ervaring van direct contact met Christus, zoals dat ook stil gebed gebeurt of in het avondmaal wordt ervaren. Het gaat in mijn context. Ook religieuze beleving. Dat kon dit ritueel bieden.




Er gebeurden mooie dingen in dat midden, met kinderen en volwassenen. Klein en groot liepen het labyrint en zegenden met de klankschaal. Er waren ouders en grootouders die samen met hun kinderen bij het beeld gingen zitten om te vertellen wie Jezus was. “Nee, niet Maria”, hoorde ik roepen. En er was een kinderwerkster, die verkleed en geschminkt als boom, kinderen uitnodigde met haar samen het labyrint te lopen.

Wat mij het meest ontroerde was een meisje van een jaar of tien. Toen ze door het labyrint rende, raakte ze Jezus even aan, als een liefkozing. Daarom viel ze me op. Ze gaf de zegen en rende weg. Even later kwam ze terug met haar moeder. Ze deed het voor aan de moeder en nodigde haar om het ook te doen. De moeder sloeg op de klankschaal, maar kon er niks mee. Je zag het aan haar. Hartverscheurend. De dochter wilde iets bijzonders geven, daarmee ook contact met haar moeder bevestigen, en de moeder snapte het niet. Ik heb nog een keertje uitgelegd. “Maar dat heb ik al gezegd”, riep de dochter vertwijfeld uit. Het was een kostbaar, droevig, maar ook mooi moment. Later zag ik hen nog een keer, de moeder met telefoon om te filmen bij het beeld terwijl de dochter zegende. Dat was troostrijk om te zien. De moeder erkende en waardeerde de religieuze beleving van haar dochter.

Een reisaltaar – Als christen mee met Hare Krishna's naar een festival

Een van de dingen die Hare Krishna’s doen, is zingend en dansend door de straten gaan. Vaak delen ze dan ook boeken uit en iets lekkers. Ze zijn op dat moment duidelijk herkenbaar als Hare Krishna’s. Mannen dragen dhoti’s en vrouwen sari’s. Ook op het Eigenwijs Festival gaan ze dit doen. Het eerste jaar dat ze meededen, hebben ze dat niet gedurfd. Pas het tweede jaar hebben ze het na veel discussie uitgeprobeerd. Ze waren bang voor gek te lopen. Het beviel zo goed dat ze er het derde jaar een workshop van hebben gemaakt en deelnemers uitgenodigd hebben zich in sari te hullen en mee te lopen.

Ik vroeg mij af, hoe ik zou kunnen laten zien dat ik christen ben als ik met hen meega op ‘harinama’, en hoe ik net zoals zij, mijn geloof kan uitdragen. Ik zag laatst een foto van een boeddhistische monnik met een altaar op zijn rug. Het altaar was open van achteren; je kon de boeddha zien zitten. ‘Gau’ is de naam van zulke altaren. Geïnspireerd door deze gau’s heb ik een reisaltaar gemaakt. Daar zit een Jezusbeeld in. Ik kan het altaar met linten op mijn rug binden. Het is licht om te dragen en het kan niet kapot.


In Japan dragen boeddhistische monniken de gau op hun buik. Dat is ook leuk. Ik zou dat ook kunnen doen, de linten anders vastmaken en het altaar op mijn buik dragen. Dat maakt het mogelijk om mensen uit te nodigen om iets bij het altaar te doen: Jezus te zegenen met wierook of met een slag op een klankschaaltje. Zo’n moment doet henzelf ook goed. Ik moet nog ervaren, of dat fijn is om te doen op dit festival. Maar het kan wel.