Clara met monstrans

Armoede

Midden in de Santa Maria degli Angeli, een hele grote kerk op loopafstand van Assisi, staat een klein kapelletje. Het heet Portiuncula. Dit is het kleine kapelletje waar Franciscus en zijn broeders lange tijd hun onderdak vonden. Het is ook de plaats waar Franciscus heen gebracht is toen hij ging sterven. Hij stierf hier naakt, naast de kapel, om duidelijk te maken dat hij niets bezat, geen huis en geen pij. Met Cockie en Rob, die Franciscaan is, staan we er een tijdje stil en praten over het armoede ideaal van Francisus en Clara. Zij wilden Christus navolgen tot in hun tenen en ze hebben dit opgevat ‘als arm’ zijn, als leven zonder bezit. Arm zijn als Christus gaf hen grote rijkdom. Ons gesprek naast het kapelletje betekent een keerpunt voor mij. 

         

Bij dit kleine kapelletje hielden de broeders hun jaarlijkse bijeenkomsten ‘kapittels’ genoemd. In die samenkomsten praatten ze over hun ‘regel’, waar hun voorschriften in stonden, en ze pasten die ieder jaar een beetje aan. De mate van armoede was daarbij een belangrijk punt. Franciscus wilde heel arm zijn; veel anderen in de orde wilden daar niet zo ver in gaan. Franciscus is daar zeer teleurgesteld in geweest tegen het eind van zijn leven.

Clara heeft net als Franciscus, haar hele leven gestreden voor het armoede ideaal. Zij stierf pas toen de Paus toestemming had gegeven arm te zijn. Haar klooster hoefde geen bezittingen te hebben waarvan de vrouwen zouden kunnen leven. Ik sympathiseer met Clara en haar strijd arm te mogen zijn. Haar brieven lezend, en met haar meevoelend gaat dat vanzelf. Toch heb er ook een strijd mee. In december ga ik in La Verna een cursus over Clara geven. Wat moeten mijn cursisten en ik met een ideaal van daadwerkelijke, letterlijke armoede? En als ik me die pausen indenk waar Clara mee van doen had, kan ik me ook wel wat van hun tegenstand indenken. Het is een heel gedoe, vrouwen in slotkloosters waarvoor gebedeld moet worden, en die ook nog echt dood gaan als er niets te eten komt. Die pausen die ertegen waren, hadden wel een punt. Ook kan ik me de broeders in de groeiende orde van Franciscus voorstellen. Duizenden bedelende broeders die nergens wonen, dat is niet houdbaar. Rob vertelt hoe blij hij is met het dak boven zijn hoofd. Daar en dan, naast dit kapelletje, waar de broeders in hun kapittels zo vaak over het ideaal van armoede gestreden hebben, laat ik dat hele radicale armoede ideaal van binnen uit los. Ik besluit om armoede echt anders op te vatten, als iets van binnen, als een erkennen van armoedigheid en behoeftigheid in jezelf. Ook moeilijk hoor, want wil je daar nou naartoe, naar je eigen armoedigheid? Maar daar zit wel groei in, en rijkdom denk ik ook.