Nieuwjaar

Wensballon

Het is 12.30 nieuwjaarsnacht. We staan buiten. Buren hebben een wensballon, een plat pakketje, dat wanneer je het uitvouwt, een papieren ballon wordt. Het uitvouwen lukt. De handigste buurman steekt het blokje aan dat onder aan de ballon hangt. Het is niet makkelijk om hem te laten opstijgen. Het waait en hij zakt steeds in elkaar. Met de hele buurt houden we de ballon omhoog terwijl de handige buurman er een aansteker onder houdt. Anders groeten we elkaar op de fiets. Nu hebben we met z’n allen een wensballon vast. 

             Niet onze wensballon, maar zo zag hij er wel uit

Dan gaat ‘ie omhoog. Maar niet voor lang. Hij blijft hangen in de boom bij ons huis. Tot onze verbazing komt hij los, maar hij zakt naar beneden. We rennen erachter aan. De jongste dochter van de buren redt de ballon en leidt hem de lucht in. Hij gaat omhoog. Even zijn we bang dat hij tegen het appartementencomplex in onze buurt botst, maar nee. Hij stijgt op tijd en vertrekt naar het westen, hoog boven de huizen. Wij joelen, ongelovig dat dit onze ballon is, en dat hij zo hoog en zo ver al is, en gaan hem achterna. Als de ballon bijna niet meer te zien is, herinnert iemand zich dat dit een wensballon is en dat we een wens mogen doen. Even is het stil. Wensen is een ernstige zaak. Op de weg naar huis vraagt de een andere dochter van de buren zich af of oma in de hemel de ballon zal zien. Dan zijn we weer thuis en gaan we verder met handen schudden en Gelukkig Nieuwjaar wensen.