Monstrans

De vergeten kapel

Aan het einde van ons bezoek aan La Verna, een oud klooster- en pelgrimscomplex op de berg waar Franciscus de kruiswonden ontving, sta ik in de souvenirshop en ik baal. Ik koop ansichtkaarten van twee dingen die ik gemist heb. Het zijn twee stenen, geglazuurde schilderijen; hout vergaat op deze natte berg. Ik denk dat ze in de kerk hangen waar de processie begon, daar heb ik twee soortgelijke schilderijen gezien. Ik geef mezelf op de kop dat ik meer had moet rondkijken in de kerk, zoiets moois gemist! Teruggaan kan niet. Anne-Marie, onze reisleidster, was me al tegemoet gelopen toen ik van de kerk naar de souvenirshop liep en vroeg of ik de laatste was. 

            

Dan staat Reinie plotseling midden in de winkel. Ze is binnengekomen door een onopvallend deurtje dat ik niet had gezien. Ze vertelt dat ze door het klooster is gaan lopen, dat ze dat altijd doet als ze in gebouwen is en dat je dan heel veel ziet. Ze kwam uit bij deze deur. Ze neemt me mee terug door het deurtje, want ze heeft een enig kapelletje gezien. We gaan op weg. Het klooster is immens en het is enig om er doorheen lopen. We komen niemand tegen. Gelukkig maar, de jonge non waar ik zojuist mee heb staan praten wil ik niet ronddwalend door wie weet verboden gangen tegenkomen. Voor we het kapelletje binnen stappen ziet Reinie een trap die vlak bij het kapelletje naar boven loopt. We twijfelen of naar boven zullen gaan. Er hangt een bord bij; het kan wel eens verboden zijn. Het kapelletje is klein, schattig en in gebruik.

Ik denk nog na over de trap wanneer we ons omdraaien om uit het kapelletje te gaan, als Reinie me wijst op de deur van een kapel er recht tegenover. Daar ben ik ook nog niet geweest. Het blijkt een hele belangrijke kapel te zijn. Hij staat op de plek van het kerkje waar broeder Leo en de andere broeders gewacht hebben aan de ene kant van de kloof, terwijl Franciscus aan de andere kant van de kloof zijn kruiswonden kreeg.

Als ik binnenstap in die kapel hou ik mijn adem in. Ik zie daar de stenen schilderijen van mijn kaarten. Ze zijn heel groot, glanzend en indrukwekkend, ook omdat we daar met z’n tweeën in ons eentje zijn. Ze hangen dwars op de zijmuren, midden in de kerk, en verdelen het schip in tweeën. Je kunt er tussendoor lopen. Ik herinner me dat de jonge non met wie ik gepraat heb even geleden, deze kapel genoemd heeft in haar verhaal over de kruiswonden. Ik kijk. De schilderijen zijn blauw met geel en een beetje groen.  

           

Aan de ene kant hangt de geboorte van Christus. God houdt op die afbeelding het geheel bij elkaar met uitgespreide armen, en ach wat veel engeltjes. De duif is er ook alvast. Twee monniken, waarvan één Franciscus, flankeren Maria en Jozef; hun lichte pijen steken af bij de rest. 

           

Ernaast hangt een kruisafname. Aan het kruis hangen de martelinstrumenten nog. Christus zakt in het graf. Deze is zo mogelijk nog tederder dan die van de geboorte. Engelen op wolken kijken aanbiddend toe en Johannes heeft zijn verdrietige hoofd naar ons gewend. Jezus is zwaar, dat zie je aan de plooi in zijn rechteroksel waar de engel hem vasthoudt om hem te laten zakken. Dat ik dit prachtigs allemaal nog gezien heb!

Tijd voor de trap naar boven is er niet meer.