Clara met monstrans

De poort van Clara

Het is even voor tweeën op donderdag. Het is de laatste dag van mijn reis naar Assisi. Om half vier vertrekt de bus naar het vliegveld in Rome. Ik heb alles gezien wat er te zien is van Clara, behalve de stadspoort waar zij de stad ontvluchtte naar Portiuncula, in de nacht dat ze besluit Franciscus achterna te gaan om zich aan de arme Christus te wijden.

Ali heeft me de weg gewezen, maar ik loop verkeerd en ik kom in een besloten, kleine kapel terecht ergens in een straatje onder de kerk van S. Antonio. Ik ben er alleen. Er hangt een roodbruine aarden sculptuur aan de wand. Veel voorstellingen van Franciscus gaan over het visioen van de serafijn. Franciscus heeft aan het eind van zijn leven een visioen gehad waarin hij een engel zag, een serafijn. Die engel was net als Christus, gekruisigd. Na dit visioen, als hij nadenkt over wat het hem te zeggen heeft, krijgt hij de kruiswonden die Christus ook had. Op die afbeeldingen kijkt Franciscus naar boven, hij richt zich naar buiten, in extase kijkt hij op naar de hemel. Zie hier bijvoorbeeld hieronder op het schilderij van Guernico (1591-1666). 

          

De sculptuur die in dit kapelletje hangt is anders. Het geeft een heel ander beeld van Franciscus dan de voorstellingen van het visioen. Franciscus lijkt samengesmolten met Christus en de serafijn, en richt zich naar beneden. Hij staat achter Maria, hij heeft zijn handen beschermend om haar heen, terwijl hij naar haar kijkt. De sculptuur heeft ronde vormen. De buik van Maria, of het kind op haar schoot, dat is niet helemaal duidelijk, is verbeeld als een ronde spiraal. De armen van Franciscus om haar heen accentueren de ronde vormen nog eens. Dit alles maakt dat het beeld naar binnen gericht is. Ik geniet ervan ook zo’n beeld van Franciscus gezien te hebben. 

             

Als ik bij de trap naar beneden kom die naar de poort toe leidt, ben ik blij dat ik het gevonden heb. Ik kijk vooruit en richt me op de foto die ik zo wil nemen van de poort. Ik vraag me af of hij mooi zal zijn om voorop het werkboek van mijn cursus over Clara te zetten die ik Advent zal gaan geven. Maar als ik mijn voet op de eerste tree naar beneden zet gebeurt er iets. Met een schok kom ik in mijn buik terecht. Ik besef dat Clara hier liep. Hier ging ze de poort uit en keerde pas terug toen ze dood was en heilig. 

            

Beneden bij de poort kan ik in de verte de grote koepel van Santa Maria degli Angeli zien liggen. De kerk is over het kleine kerkje Portiuncula gebouwd waar Clara naar op weg was toen ze uit de stad liep. Destijds lag het kerkje in het bos. Broeders hebben haar opgewacht met brandende fakkels. 

       

Ik draai mij om naar de stad en loop de trap op naar boven. Clara’s weg is een andere dan de mijne. Ik wil een ijsje, want dat heb ik nog niet gegeten. Het is vijf over drie; het kan nog net. Er komt niemand om me te bedienen en ik bedenk me dat het ijs in de Puur in Heerenveen ook heel lekker is. 

Om tien voor half vier kom ik aan bij het hotel. De anderen lopen al de weg af naar de bus; mijn appelgroene koffer staat nog als enige in de lobby.