Clara met monstrans

Basilica di S. Francesco

Op zondag gaan we naar basiliek van Assisi. Dit gebouw is het hart van Assisi, al staat hij helemaal boven in het stadje. De basiliek bestaat uit twee kerken, die boven op elkaar gebouwd zijn; er is een onderkerk en een bovenkerk. We zijn er vroeg. We bekijken eerst de bovenkerk en maken later de mis mee in de benedenkerk. 

       

De bovenkerk is gevuld met fresco’s uit het leven van Franciscus van Giotto. De mooiste vind ik die waarop Clara en haar zusters afscheid nemen van Franciscus. Ze zijn zichtbaar zo verdrietig en hun zwarte sluiers accentueren dit. 

         

Bij de mis in de benedenkerk zitten we helemaal voorin aan de zijkant van het altaar waar de priesters staan. Dat is leuk, zo zien we goed wat ze doen en op deze plek is veel te zien op de muren. We zitten aan de rechterkant, waar op de foto hieronder het grote stuk wit te zien is. 

        

Als ik schuin opzij kijk zie ik de beroemde Madonna dei Tramonti van Pietro Lorenzetti, waarop Maria intens naar Jezus kijkt en ondertussen met haar duim naar Franciscus wijst, als tweede Christus. 

       

Als we moeten opstaan tijdens de mis zie aan de overkant van de kerk een fresco van Clara, die me zeer vertrouwd is van allerlei plaatjes die ik thuis van haar heb. Op de foto hieronder is ze helemaal achterin te zein, in het rijtje heiligen. 

       

Boven me is de fresco waarin Franciscus trouwt met Vrouwe Armoede. 

        

En hoe kan ik het vergeten, als ik mijn hoofd helemaal omdraai is daar de fresco van Christus aan het kruis met een heleboel wenende engeltjes. 

        

De mis is hoogliturgisch. Later vertelt Kees, die koster is geweest in een grote katholieke kerk in Amsterdam, dat er een heleboel komt kijken bij zo’n mis. De wierook moet op het juiste tijdstip branden, en met een laddertje moeten lampjes worden aangestoken. Soms had hij wel zesentwintig missen op een zondagochtend en bleef hij maar heen en weer rennen met laddertjes. Reinie die naast mij zit tijdens de mis, en katholiek is van huis uit, knielt voor het eerst in jaren en fluistert zachtjes dat je echt kunt voelen hoe de energie naar beneden trekt en dat dit helemaal zo gek nog niet is. Ik vind het gebeuren mooi en geniet van de geur van de wierook, maar ik beleef niet zo veel behalve bij de vredesgroet, maar die hebben wij ook. Ineens voel ik mij helemaal van het woord, oh zo protestant.

Als we de kerk uitlopen steek ik een elektronisch kaarsje aan voor Valentina, een vriendinnetje van Lauren die piano speelt, en vandaag in de finale van het Prinses Christina concours staat. Ik bid dat ze met plezier speelt, want dan gaat het goed. De kaars wil niet aan en ik hoop er het beste van.

Donderdagochtend, op de dag dat we naar huis gaan met het vliegtuig, zijn we terug in de basiliek. Rob vertelt over de fresco’s in de onderkerk. Ali, Mieke en Jos, Rob Vogel, Annelies en ik zijn meegekomen. Nu er geen mis is kan ik dichterbij de afbeelding van Clara komen die ik zondag vanaf mijn plaats al van ver had gezien. Het is een fresco van Simone Martini. Het is alsof het goud op de halo rond het hoofd van Clara reliëf heeft, en naar voren komt, levendig, heel anders dan op de plaatjes die ik van deze fresco ken. 

           

Het langst blijven we in de kapel van Maria Magdalena die Giotto heeft beschilderd. Boven in de kapel is er een fresco te zien waarop de losse haren van Maria Magdalena verder dan haar middel reiken, vrouwelijk en vrij. We denken dat ze op die afbeelding naar de hemel gaat. 

          

Bovenin de kapel is ook een fresco te zien waarin Maria Magdalena in een grot zit en een mantel krijgt aangereikt. Je ziet de fresco als je de kapel uitloopt om het schip van de kerk in te gaan. Ik vind deze de mooiste. De berg is heel wit en de grot is heel zwart en de lucht diep azuurblauw. We dubben waarom Maria een mantel krijgt aangereikt. Is het omdat ze hoer is en naakt, en dus gekleed moet worden? Is het de apostelmantel die krijgt aangereikt? We weten het niet. 


         

Het is nog heel wat om weg te gaan en de basiliek los te laten. In het vliegtuig terug naar huis leest Mieke in haar boek over de fresco’s dat afbeelding van Maria Magdalena met de lange haren niet laat zien dat ze in de hemel wordt opgenomen, maar haar in extase toont. Ook staat er in dat het de woestijnvader Zosimus is die de mantel aan Maria Magdalena geeft, maar waarom wordt niet vermeld. Mieke ziet in het boek minstens twee grotten in de kapel van Maria Magdalena die we gemist hebben. We hebben het erover dat de grotten chaos verbeelden, net als het zwarte gat met de schedel dat vaak onder het kruis te zien is en waarvan we zo´n mooi voorbeeld hebben gezien in de kapel van de stigmata in La Verna. Maar ook nieuw leven zit in die gaten en grotten, ze zijn doodskist en baarmoeder tegelijk. In zekere zin zien we dat onder ons, als we naar beneden kijken. Het avond en donker als we in het vliegtuig zitten. Het is pikzwart onder ons, een zwart gat, met allemaal lichtjes. En zo gaan we naar huis, met onze handen tegen de zijkant van ons hoofd en tegen het raam gedrukt om zo goed mogelijk naar de lichtjes beneden te kijken.