Groei

Bloeiende staven

Het is zaterdag. We gaan naar San Damiano, de plaats waar Clara heeft gewoond en 's middags naar de Carceri, een kluizenarij in der bergen boven Assisi. In San Damiaon heeft Clara Franciscus verzorgd aan het eind van zijn leven toen hij heel ziek was. Zij maakte zachte sloffen voor hem, zodat hij minder last had van de wonden aan zijn voeten en bouwde een hutje waar hij kon slapen. San Damiano is de plaats waar Franciscus het Zonnelied heeft gedicht.

Iedere dag van deze reis trek ik een kaart met een vraag. De vraag is geïnspireerd door de plekken die we bezoeken; ik heb ze thuis al gemaakt. De vraag van vandaag is geïnspireerd door de roeping van Franciscus. Hij heeft die gehoord in het kerkje van San Damiano. Hij bad om licht voor zijn donkere hart en hoorde het kruis tot hem spreken. Het zei: “Franciscus, herstel mijn huis, dat op instorten staat”. Ik vind dat mooi, dat beeld van het reparen. Er wordt niks vernietigd of tenietgedaan, alleen verzorgd, heel gemaakt, hersteld. Franciscus is het gaan doen, hij is gaan herstellen. Hij repareerde echte kerkjes van steen, maar ook de kerk als geheel, en zelfs zijn eigen leven wat hij als donker en nutteloos ervoer. De vraag van vandaag luidt: “Wat is mijn taak om te repareren in mijn leven?” De kaart die ik trek is "Negen van Staven". Op de kaart staat een man met een wond aan zijn hoofd. Het liefst zou ik de staf die de man in handen heeft, tussen de andere staven zetten, om niet het gevoel hebben anders te zijn in wat ik doe en wie ik ben en zoveel soms gewone dingen, niet goed te kunnen. Ik voel me er zo kwetsbaar mee. Dat is mijn wond. 

                       

Als we in San Damiano aankomen is het eerste wat ik zie een fresco met Stefanus en Rochus erop, twee martelaren, met pijlen doorstoken en gewond. Ze zijn net als de man op mijn kaart. Het richt mijn aandacht op de wond, maar meer krijg ik er niet uit. Ik steek een kaarsje aan voor Jacqueline in Nederland, die met zieke mensen werkt. 

    

Ik bekijk het klooster. Ik kan de weg niet vinden en vraag Anne-Marie. Ik voel er me wat oenig over, zo ingewikkeld is het niet maar doe het toch. Ik wil echt precies weten waar de plaats is waar Clara gestaan heeft toen ze de Saracenen tegenhield met de monstrans. En ook wil ik zien waar de exacte plek is waar Clara afscheid heeft genomen van Franciscus, die toen hij gestorven was, door de broeders op een baar naar de zusters was toegebracht. Ik neem toch de verkeerde weg en kom per ongeluk in een kapelletje waar ik niet mag komen. Het is van de zusters van nu; hun rozenkransen liggen in de laatjes van de banken. Ahh...mooi....

’s Middags gaan we naar de Carceri op de Monte Subasio. Het is een kluizenarij op een berg. Er zijn grotten waar Franciscus en de eerste broeders zich hebben teruggetrokken. We zijn maar met een paar. De meesten mensen zijn gaan lopen; wij zijn met de auto. In het bos boven bij de kluizenarij is een altaar en we lopen erheen. Langs de weg erheen vinden overal kruisjes, gemaakt van takjes. Ze zijn met touw, klimop of vergeet-mij-nietjes bijeengebonden tot een kruis. Op het altaar, ervoor en erachter liggen ze ook. Ze zijn simpel en broos en daarom oh zo fijn. We blijven er een tijd zitten en langzaam vallen we stil. 

      

In de kluizenarij is een moderne kapel. Je ziet hem als je door een gang kijkt. Hij is om te bidden en niet voor toeristen die zomaar komen kijken. Ik durf er niet heen, maar Kees wel, want die is koster geweest, en zo beland ik daar. Het is er licht en er zijn grote ramen die uitkijken op het dal. Als ik er zit ga ik mijn tarotkaart beter begrijpen. Mijn aandacht gaat van de wond naar de bloeiende staven achter de gewonde man. Het lijkt alsof de staven daadwerkelijk achter mij staan. Ze hebben roze bloesemblaadjes. Het geeft me een nieuw zicht op de kaart. Die staven heb ik verworven. Ze vertegenwoordigen mijn gezin en mijn praktijk. De wond, het gevoel kwetsbaar te zijn, anders en soms een beetje oenig, kan ik niet zomaar kwijtraken. Die horen bij mij. Wel kan ik mijn aandacht richten op de bloeiende staven, die horen evengoed bij mij. Dat is wat ik te repareren heb in mijn leven.