berthevansoest (berthevansoest) wrote,
berthevansoest
berthevansoest

Het missionaire moment

Een monnik wenkte ons met grote gebaren vanuit de halfopen deur van de receptiekamer van de abdij. “Wat leuk dat u er bent.” En: “Nee, ik wil u niks opdringen.”

We hadden zojuist het noongebed meegemaakt in de abdij Sint-Benedictusberg in Lemiers, op vakantie in Vaals en liepen de kerkruimte uit.
Hoe doet hij het, dacht ik. Dit missionaire moment.

Hij raakte me aan. Gaf een tikje op mijn arm. Het bleek voor hem een grote vreugde voor daar te staan. Hij leefde nog en wilde er wel 20 jaar aan vastplakken. Ernstige ziekte gehad. Je zag het aan hem. Aan de dood ontsnapt en er tegelijkertijd nog heel dichtbij. Een lichtheid. Een vreugde. Het was het eerste wat hij vertelde. Contact op existentieel niveau.

Hij stond daar in zijn pij met vlekken, heel erg monnik te zijn. In een enorm klooster, gebouwd volgens de 20ste eeuwse, modernistische ‘Bossche School’. Symmetrisch. Beton. Steen, hoog, wijd en ruimtelijk.



Een wervelwind aan woorden volgde. Een soort excuus dat zij als monniken zo weinig wisten van het leven van ouders en kinderen. En dat ouders meer van de opvoeding wisten dan zij. En dat zij broeders, van hen leerden en niet andersom. Hij was bescheiden, over wat hij ons te bieden zou kunnen hebben. En er was schroom.

Geen wonder, als je in een immens klooster woont, waar nog maar 13 monniken de koorbanken vullen. Ik moet zeggen, juist de schroom maakte deze monnik sympathiek.

De broeder vroeg ons binnen in de receptiekamer: “Voor jullie hoor, het gaat om jullie, alleen als jullie het willen.” Hij vertelde daar over de lampjes die hij aanstak in het klooster, een van zijn taken. En over de Marialampjes voor de verkoop, waar hij de lont in stopte. Was simpel werk, zei hij, maar daardoor konden zijn gedachten naar het evangelie gaan, en naar de heiligen. ‘Zo’n beetje contempleren’, noemde hij dat. Theresia van Lisieux was zijn favoriet. Een heilige uit het begin van de 20ste eeuw die op haar 25ste gestorven is. “Ze heeft zo’n leuk gezichtje.” Hij had het voor elkaar gekregen naar haar geboorteplaats te gaan. Het was een liefde.

Ik wist dat niet, dat monniken, in elk geval deze monnik, zich in contemplatie verbonden met een heilige. Ik vraag me vaak af, hoe anderen vorm geven aan devotie. Daar kreeg ik het zomaar in mijn schoot geworpen. Zoiets intiems hoor je nooit. Ik was er blij mee. Ik was er nog de hele dag verbaasd over. Het was een fijne ontmoeting en we zijn de volgende dag teruggekomen om een vesper mee te maken.

Valt er uit dit gesprek ook iets te leren over het missionaire moment? Ik denk het wel. Ik haal er vier punten uit:
(1) Wees oprecht blij met de ontmoeting die je hebt, met de mens die voor je staat.
(2) Maak contact op zeer persoonlijk niveau, vertel over jezelf.
(3) Het geeft niet als je schroom hebt en je je schaamt voor je geloof. Dit laatste wil ik het liefst met hoofdletters schrijven, want dat doen we zo vaak. Ik herhaal het nog maar eens. Schaamte en schroom zijn niet erg. Ze maken je lovable.
(4) Vertrouw erop dat je op het juiste moment in iemands leven komt en dat je iets zegt over je geloof waar de ander iets aan heeft, ook zonder dat je weet waar die ander behoefte aan heeft. Deze monnik wist niks van mij, over mijn geloof en de weg van de devotie. Toch zei hij iets waar ik wat aan had.
Tags: kerk
Subscribe

Recent Posts from This Journal

  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your reply will be screened

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 0 comments