Monstrans

Een maliënkolder of een mantel

Als het bijna Pesach is, gaat Jezus eten in Bethanië waar Maria en Martha wonen. Maria zalft de voeten van Jezus met kostbare nardusolie en droogt ze af met haar haar. Maria geeft Jezus een geschenk door zijn voeten te zalven met nardusolie (Johannes 12:1-2). De vraag voor mijn kaart vandaag is: “Wat wil ik Jezus geven?”

De kaart die ik getrokken heb is de Keizer uit de Arthurian Tarot. De Keizer uit de tarot trekt grenzen, beschermt zijn koninkrijk en verdedigt zich. In deze tarot is de Keizer verbeeld door koning Arthur. 

               

Arthur draagt maliënkolder, hij heeft een speer en een zwaard. Dat zijn de dingen die ik Jezus het liefst wil geven, de speer, het zwaard en de maliënkolder. Dan kan hij zich verdedigen. In mijn geschenk ontdek ik mijn verzet tegen het lijden zelf, tegen het lijden van Jezus en tegen Jezus zijn overgave daaraan. Ik heb daar niet zo’n zin in en wil mijzelf en Jezus daartegen beschermen.

Toch kan dat niet. Lijden is er en Jezus wil zich overgeven. Hij heeft niks aan een zwaard, een speer en een maliënkolder. Hij wil niet zijn als andere keizers of koningen die hun land en zichzelf verdedigen. Jezus zit op een nederige ezel als hij als koning Jeruzalem binnenrijdt. Een zwaard, een speer en een maliënkolder zijn ongeschikt als geschenk.

De paarse mantel, dat is beter, daar heeft hij meer aan. Zo te zien is hij gemaakt van zachte en soepele stof. Hij zal fijn aanvoelen aan zijn huid en een beetje bescherming geven als hij voor Pilatus staat en later met zijn kruis door de straten van Jeruzalem trekt. En ja..paars is de kleur van druiven, van wijn, van het koninkrijk en vruchtbaarheid. Maar dat maakt het een beetje te mooi. Eerst het lijden.

De mantel is mijn geschenk voor Jezus, dat geef ik hem.