December 29th, 2015

Wasail van de Gandhituin

We lopen in het donker langs een hek in een tuin. Het is het hek van de Gandhituin, een buurttuin in hartje Rotterdam, onderdeel van het nutstuinencomplex Hof van Noord. In de tuin wordt groente verbouwd. Er wonen bijen. Vlinders vliegen in de zomer af en aan en er is een bosrand waar de natuur met rust gelaten wordt. Er worden iedere week voedselbankpakketten afgehaald en er is een terras met lange tafels waar in de zomer om de week samen gegeten wordt. Het is een tuin en een gemeenschap, met alles wat bij gemeenschap hoort, het mooie en de fricties. We ‘wasailen’ de tuin, een oud Engels ritueel, waarbij rond nieuwjaar cider gegoten wordt onder fruitbomen voor vruchtbaarheid. We gieten appelsap voor alles wat er groeit en bloeit en ook voor de mensen in de tuin. En we lopen langs het hek om ‘boze geesten’ af te schrikken met lawaai: dat dat er niets gestolen wordt en vernield en dat niemand hinderlijk zal storen. Dat hoort ook bij het ritueel van de wasail.

Als we langs het hek lopen lijkt het wel of mijn voeten lopen over fluweel. Het veert onder mijn voeten. Op de paden ligt een dikke laag houtsnippers. Perken hebben ronde hoeken, paden maken flauwe bochten. Er heerst grote vriendelijkheid in deze tuin. Af en toe staan we stil bij een stukje hek en vertelt Nitai, een vrijwilliger, wat op die plek buiten gehouden moet worden. Dan knopen we symbolisch een stuk touw aan het hek. We zijn niet goed toegerust voor verdrijven van boze geesten vind ik, als we door de tuin gaan en lawaai maken. Ik speel op een trommel gemaakt met de vacht van een damhert. Een dier dat bij gevaar van schrik bevriest en nog geen geluidje zal maken. We hebben schattige Hare Krishnabelletjes, een mondharp, een zacht rateltje en een sjamanendrum die niet wil klinken in het vochtige decemberweer. Een flinke vuist kunnen we niet maken tegen de boze geesten.

De volgende dag zit ik in de kerk. Het is kerstavond. Mijn gedachten gaan terug naar de tuin. En naar Gandhi, zijn vreedzame verzet, waarbij niet geschoten en zelfs niet gescholden mocht worden. En voor mijn ogen zie ik een ronde slinger van helder licht in diep zwart, in de vorm van de tuin, fel en krachtig.