May 9th, 2010

Moeder en kind

Moederdag

Het is even voor tienen op Moederdag. Ik zit met een kopje thee achter de computer. Het is wachten op dochterlief. Als ze wakker wordt gaan we ontbijten met croissantjes uit de oven.

Ondertussen trek ik een tarotkaart met als onderwerp: “Een beeld van mij als moeder in het afgelopen jaar.” De kaart die ik trek komt uit de The Heart Tarot. Het is drie van Zwaarden. Alle drieën in het spel horen bij de Keizerin, de moeder in de tarot. Deze kaart dus ook.

            

In de meeste tarotspellen staat er een groot hart op deze kaart dat doorboord is met zwaarden. Hartenpijn drukt dat uit. Zwaarden drie uit The Tarot of Hearts is anders. Afstand is het thema van deze kaart. Dat past wel bij een moeder met een tienerdochter van 13 die steeds meer haar eigen leven krijgt. Ze heeft kleedgeld en reist samen met een vriendin van Heerenveen naar Utrecht om daar te winkelen. Je ziet mijn dochter op de kaart springen als dolfijn, ver weg aan de horizon, in een vaag zonneschijnsel. Ik kijk van verre toe op een steen en ik zwaai.

Ik ben er nog wel.

Clara met monstrans

Fotowedstrijd gewonnen

Ik heb een fotowedstrijd gewonnen. Het onderwerp is “Kruis in huis”. Mijn foto is een kruis in de boekenkast. Het kruis komt uit Assisi. Op de voorgrond staat een bekend boek over Franciscus. Twee van de drie boeken achter het kruis zijn boeken over Clara. De titels zijn onzichtbaar. 

               

In het maken van de foto en het schrijven van het bijschrift heb ik veel plezier gehad. Fototoestel op een stapeltje boeken, scherpstellen, klikken. Dan de trap op naar de computer om te kijken of de kruiswond wel scherp was, de focus van de foto. En dat wel 10 keer.

Een bijschrift moet kort en herkenbaar zijn. Ik noem alleen Franciscus en zijn kruiswonden. Toch het is het Clara die mij de les en de zin van mijn kruis in de boekenkast geeft. Het kruis confronteert mij met mijn hebberigheid. Ik had er namelijk graag eentje met een standaardje gehad, daar denk ik steeds aan als ik het in de boekenkast zie staan. Het kruis in de boekenkast is daarmee een ‘spiegel’ voor mij. Dat is precies wat Christus voor Clara is: een spiegel. Ze schrijft daarover als methode van contemplatie. De kwetsbare, arme, lijdende Christus, in de wereld en aan het kruis, is een spiegel waar ze iedere dag in kijkt, waar ze zich aan slijpt, aan schuurt, en waar ze de zoete geur van proeft. Al noem ik Clara niet, van het bijschrift is ze het hart.