Hemels recht - Abigail

Iedere avond van het joodse Loofhuttenfeest nodig ik zeven bijbelse voormoeders uit en vraag één van hen om een onderwijzing.

Vandaag vraag ik Abigail. Ze was getrouwd met een bruut van een man. Toch redde zij zijn vege lijf -en het hare erbij- door met een heleboel geschenken naar koning David te gaan en met hem te onderhandelen.

Haar brute man stierf snel. Zoals dat in het verhaal staat, lijkt het wel een straf. Je zou kunnen zeggen dat er recht geschiedde. Zij redt het leven van haar brute man. Brute man sterft. Soms is er recht, maar, maar lang niet altijd. En wat gerechtigheid is in een bepaalde situatie, is ook niet altijd duidelijk.

             

De kaart die ik getrokken heb is de Gerechtigheid. Op de meeste versies van deze kaart is het zwaard omhoog gericht. Het is gericht op de hemel, op de hemelse gerechtigheid. Op deze versie van de Gerechtigheid is het zwaard schuin omhoog gericht. Al staat het zwaard hier niet recht omhoog, het drukt toch net zoiets uit als op de andere versies van deze kaart. Ik kan niet bij de gerechtigheid komen. Het zwaard vormt een barrière tussen mij en de Gerechtigheid. Ik weet met mijn beperkte menselijke geest niet altijd wat gerechtigheid is. Hemelse gerechtigheid behoort tot een andere orde.

Dit is de onderwijzing van Abigail: “Over het hemels recht heb jij geen zeggenschap”.

Het levensgebied op de Levensboom van Abigail is Hod (Glorie), weerkaatsing van de eer van God. Haar deugd is: eerlijkheid.