Groei

Beltane als aarde en hemel feest

Het jaarfeest Beltane hoort thuis in het Keltische jaarwiel van acht feesten en valt op 1 mei. Het is gebaseerd op verhalen over oude meifeesten. Met het feest Beltane wordt gevierd dat de natuur na de winter weer uitgelopen is en dat de zomer, de vruchtbaarste tijd van het jaar aan zal aanbreken. Vruchtbaarheid, die van de aarde en van onszelf, is het belangrijkste thema van dit feest. Optimisme, groei, bloei, sensualiteit, het zoeken en vinden van een partner en genot zijn de subthema’s van dit feest. De zon neemt toe in kracht, de dagen worden langer en een warme zomer strekt zich voor ons uit. De periode van Beltane loopt van 1 mei tot 21 juni, de zomerzonnewende.

De zwarte akkers worden groen met Beltane. Een aardser feest dan Beltane is er niet. Wij mensen komen ook uit de aarde voort, uit de aardse schoot van onze moeder. Wij behoren met onze lichamen tot de aarde. God heeft onze lichamen geschapen. We spreken niet vaak over ons lichaam in relatie tot God en het geloof. Toch is ons lichaam belangrijk. Met ons lichaam kunnen we lopen, zitten, dansen en werken. We zijn blij en dankbaar dat wij een lichaam hebben. Ons lichaam stelt ons ook teleur. Niet altijd kunnen we doen wat we zouden willen. We zijn ziek, krijgen een ongeluk of ons lichaam raakt versleten. In de viering van Beltane als Aarde en Hemel feest staat ons lichaam centraal.

De vieringen van het Feest van aarde en hemel zijn geïnspireerd door de theologe Kune Biezeveld. In haar boek Als scherven spreken benadrukt zij het belang van aandacht voor de grenzen van het leven, zoals ziekte, lichamelijke gebreken en ouderdom. Ook vindt zij het belangrijk te genieten van het leven van alledag en bepleit ze dat we daar zorg voor moeten dragen, omdat dit dagelijkse bestaan deel uit maakt van Gods schepping. Door aan deze twee onderwerpen aandacht te besteden in het geloof, ervaren wij dat we door God gedragen worden in het dagelijks leven. In twee rituelen wordt in deze viering aandacht besteed aan deze zaken. Die rituelen hebben het lichaam als thema en vormen de kern van de viering.

Het eerste ritueel bestaat uit het maken en zegenen van tastbare gebeden om genezing van klei. In dit ritueel is er aandacht voor de grenzen van het leven. Het ritueel is geïnspireerd door ex voto’s uit de katholieke en Grieks-orthodoxe traditie. In de katholieke kerk bedankt men soms tastbaar voor een genezing door een voorwerp bij een altaar te leggen. Dit zijn ex voto’s. Het voorwerp herinnert aan de ziekte of het ongeluk. Het zijn bijvoorbeeld de krukken die niet meer nodig zijn. Het kunnen ook ledematen of andere lichaamsdelen zijn: gipsen, zilveren of houten armen of benen, harten of ogen (morfologische ex voto’s). In de Grieks-orthodoxe kerk zijn ex voto’s een gebed om genezing. Kleine metalen plaatjes (tamata) worden bij een altaar gehangen waarin afbeeldingen zijn gestanst die doen denken aan de aandoening waar men genezing voor vraagt. Deze laatste vorm gebruiken wij in de Beltaneviering met een variant. De ex voto’s zijn een gebed om genezing en om acceptatie, verzoening met het lichaam. We maken tastbare gebeden van klei, die gezegend worden.

           

In het tweede ritueel worden de zintuigen en de handen en voeten gezalfd. Wanneer koningen en priesters in de bijbel uitgekozen worden voor hun taak, worden ze gezalfd. Daarmee krijgen ze hun taak opgelegd. Met de zalving wordt uitgedrukt: “Jij bent koning” of “Jij bent priester”. Maria Magdalena zalfde Jezus. Daarmee liet ze zien dat hij niet zomaar iemand was, maar iemand met een bijzondere opdracht. Het was ook een gebaar van liefde en zorg. In de katholieke kerk en in sommige protestante kerken worden kinderen bij de doop gezalfd. Hun zintuigen krijgen een likje olie waarbij een opdracht wordt uitgesproken. Bijvoorbeeld: “Ik zalf je mond, zodat je woorden van liefde zult spreken.” Wij zalven onze zintuigen, handen en voeten in de Beltane viering, om te danken voor ons lichaam en het een gewijde opdracht mee te geven: om ze te bestemmen tot een taak in Gods schepping. In dit tweede ritueel staat de zorg en het vieren van dagelijkse bestaan centraal, waar Biezeveld voor opkomt in haar werk.