hart

De duivel geeft een stenen hart zegt Franciscus

Iedere dag in deze veertigdagentijd, nou ja dat is het streven, een vraag geïnspireerd door een fragment uit een heiligenleven van Franciscus.

Franciscus geeft broeder Rufinus raad, omdat hij steeds wordt belaagd door de duivel in de gestalte van de gekruisigde. Die zegt dan tegen hem dat hij toch al verdoemd is en dat bidden en boetedoen niet helpt. Daar ben je mooi klaar mee als broeder.

Zodra Franciscus hem (Rufinus) van verre zag aankomen, riep hij: ‘O arme broeder Rufinus, weet je wel wie je hebt geloofd?’ En toen Rufinus bij hem was, legde Franciscus hem haarfijn uit hoe de duivel hem van binnenuit en van buitenaf had verleid, en dat degene die voor hem was verschenen niet Christus maar de duivel was geweest, aan wiens influisteringen hij in geen geval gehoor moest geven. ‘Als de duivel nog één keer zegt: “Jij bent verdoemd”,’ zei Franciscus, ‘dan antwoord jij: “Open je bek, dan kak ik erin". Hieraan zul je zien dat hij de duivel is, want zodra je hem dit antwoord geeft, zal hij terstond wegvluchten. Iets anders waaraan je had kunnen zien dat je met de duivel te doen had, was dat hij je hart voor al het goede versteende; en dat is nou precies zijn taak. Christus, daarentegen, versteent nooit het hart van een gelovig mens, maar maakt het juist mild, zoals hij bij monde van de profeet zegt: “Ik zal het stenen hart uit uw lichaam verwijderen en u een hart van vlees geven [Ez 36,26].

Waaraan herken ik de duivel?

Een hand met een stok, ver boven de stad Praag zwevend. Ik trek de aas van staven uit de Tarot of Prague. Ik herken de duivel aan onbesuisdheid, een verhit hoofd en een koud hart, uit op het veroveren van een koninkrijk. Ach ja, ben ik zelf, als ik niet een beetje oplet.

Fragment uit: De Fioretti, verhalen over Sint-Franciscus, no. XXIX, Gottmer 2006 (1999), p.113-114.