Verpotten

Als scherven spreken

Ik ben op een studiemiddag over het boek “Scherven spreken” van Kune Biezeveld. Het een studiemiddag van de IWFT, het vrouwennetwerk theologie. Er zijn 45 mensen, vrouwen uit de Vrouw en Geloofbeweging en feministisch theologen. Biezeveld was hoogleraar vrouwenstudies en universitair docent systematische theologie in Leiden. Vorig jaar is ze gestorven. In de laatste maanden van haar leven heeft ze hard aan dit boek gewerkt om het af te krijgen. Haar boek gaat over het belang van het verwerken van alledaagse ervaringen van vreugde, angst en rouw in de theologie. Ze zoekt in het boek de ruimte en de voorwaarden om deze aan bod te kunnen laten komen in het veld van de theologie. 

               

Kune Biezeveld laat ‘scherven’ spreken. Scherven zijn voor haar een metafoor voor resten van gedachtegoed die zijn blijven liggen omdat ze buiten de kaders van de theologie vallen. Het zijn resten die onwelgevallig zijn. Het zijn ook ‘echte’ scherven. Ze verwijzen naar delen van godinnenbeeldjes van Asjera die gevonden zijn. Heiligheid toekennen aan ‘dingen’ zoals als een godinnenbeeldje, of aan tastbare zaken zoals aan onluikende knoppen in de natuur, is problematisch voor ons protestante theologen. Bij ons gaat het om een levende god die zich niet beperkt tot een tastbare grenzen van een beeld of tot de natuur. Kune Biezeveld zoekt daarvan de grenzen op. Aandacht voor de tastbare scherven van godinnenbeeldjes die de functie hadden om te beschermen, is bij haar gerelateerd aan aandacht voor de gecompliceerdheid van het menselijk bestaan, aan bescherming die hulp kan bieden of aanvaarding kan geven. 

De Asjera’s verdwenen omdat het de wens was om JHWH als enige God te zien. Met die politieke blik kwamen de bijbelse teksten van profeten tot stand die tegen afgodsbeelden zijn. Na de Tweede Wereldoorlog zijn we de Joodse wortels van het christendom gaan waarderen, en Jezus als Joodse man gaan zien. Een stap naar wortels, daar zijn we inmiddels aan gewend. Kune maakt eenzelfde, belangrijke stap. Ze maakt een stap naar de wortels van het Jodendom. Ze wil die wortels niet met dezelfde afwijzende bril van de profeten bekijken en ook de exegetische vondsten serieus nemen die iets anders laten zien dan dat de profeten ervan zeiden. Dit doet ze omdat ze vindt dat met de godinnenbeeldjes er iets belangrijks verloren is gegaan, iets dat we missen in ons geloof, de aandacht voor het dagelijkse bestaan.

Kune verwoordt vaak bijna verhuld wat ze wil, in het besef dat ze anders te ver af zal staan van haar lezers. Hoe verhuld ook, je kunt voelen dat ze met huid en haar in het boek zit, dat het gaat om een zaak van wezenlijk belang. Het mooie van haar theologie is dat zo serieus neemt dat we op aarde leven, met alle hoogtes en dieptes, met de nare en vreugdevolle facetten daarvan, en dat eert en in het perspectief zet van het gedragen worden door God.

Herkomst afbeelding: Decorated potsherd. Lachish, Israel. 1550-1200/1150 BCE. S. Beaulieu, after Keel and Uelinger 1998:73, #81