Chöd Teaching - Begin van de Khandro Gegyang Chöd

“Wees niet bang,
wees echt niet bang,
wees echt helemaal niet bang.”

Met deze woorden begint de Chöd Sadhana Khandro Gegyang. Je zegt de woorden, terwijl je met je vlakke handpalm op het mondstuk van de kangling slaat, het dijbeenbot trompetje waar je op speelt in de Chöd. De slagen geven de aanmoediging niet bang te zijn, extra kracht. We stellen met die woorden onze ‘demonen’ gerust, de angsten die we uitnodigen.
We vragen hen om te komen eten en je hebt geen zin om te komen eten als je bang bent. Soms doen we ook nog als extra voorzorgsmaatregel een ‘domra’ op, een hoofddeksel met slingertjes eraan die voor je ogen hangen. Dan zijn onze ‘chöd-ogen’, een blik die bang maakt, niet te zien. Dat brengt rust.

20200313_185833 (1).jpg

De woorden “Wees niet bang” zijn een spel, ze brengen verwarring. Tegen wie zeggen we dat nu helemaal, niet bang te zijn, echt helemaal niet bang? Vaak kijken we elkaar aan, als we deze woorden zeggen. We focussen ons immers op onze angst. Zitten er midden in. We beoefenen online. Alex zit in zijn grot en ik voor mijn chödtent. Sinds het coronavirus onder ons is, draaien we ons wel eens opzij naar het raam. We richten ons dan naar onze buren en mensen verder weg, om iedereen daarbuiten de vrijheid te bieden niet bang te zijn, echt niet bang, echt helemaal niet bang.

Uitleg
Hieronder vind je uitleg over de concepten die in dit stukje voorkomen. Ze komen uit de Engelstalige Glossary of Khandro Gegyang Chöd, samengesteld voor leerlingen (en voor onszelf natuurlijk, omdat het leuk is).

Chöd eyes
Legend says that when you are an experienced practitioner you get ‘chöd eyes,’ while you practice: a powerful gaze that scares the demons away.

Demons
Our fears and all that obstructs the way to liberation. We use to think that our fears, our demons are real. But hey are empty. They have no independent life or power of their own. You become aware of this during the practice. In the practice you pray the words: “May my deepest practice of this Chöd /Strike at every demon when my thinking makes them real.” We tend to push away our fears/demons, which makes them bigger and bigger. In Chöd you give the demons proper attention, by offering them your body, the most lovable, precious thing you have. And when you have given all, you still have an endless supply of loving-kindness to give, which you do in a lovely mantra recitation (OM OM MANI PEME HUNG).

Domra
Sometimes we wear a domra, a ‘chöd-hat’. The domra shields your eyes. It is a visor with vertical black strings. You can see clearly through this screen, but your eyes are hidden. Legend says that when you are an experienced practitioner you get ‘chöd eyes,’ while you practice: a powerful gaze, that scares the demons away. You can concentrate on your practice, but if you want to, you can see the reactions of the spectators, through the strings. Another advantage is that they meet you not as an individual person, but as a messenger from the Charnel grounds, as a channel who performs the role of chödma. Wearing a domra is not always the way to go. It can alienate you from your patrons. Sometimes keeping the direct connection with the people that you give Chöd to is more important.

Fear and hope
These are two sides of the same coin, representing dualistic thinking. What we hope is what we want. We fear what we do not want. At least for the duration of the practice, we do not fear nor hope. We are in the present moment. Without clinging to self, to fear or hope, we are able to generate bodhicitta, Boundless Love. We pray for this in ‘Taking Refuge’. In ‘Honoring the Teachers’ we sing: “That I may release my grasp of hope and fear. And so end my being torn between the two.”

Fearless yogini
As yogini you do brave things. You leave your body, you become Tröma, you summon demons (your fears), you will give your body to them! And you play out your own death. So, saying out loud that you are fearless in the beginning of the sadhana, is encouraging.

Kangling
A trumpet made of human thigh bone. Ah well, nowadays we use wood or resin as well. But they resemble a bone closely. Bones make us think of death, the death of loved ones, our own death and our attachment to our bodies, We fear this. This fear is what Chöd cuts away.

XR NL Fashion - Steekje voor steekje iets maken dat kapot is

Vorig jaar was ik op een studiemiddag vanwege vrouwendag in de Protestantse Theologische Protestantse Universiteit in Groningen. Het ging over het klimaat: "Leve de aarde" was het thema. Het was indrukwekkend. Hilda Koster sprak over de relatie tussen seksueel geweld en olieboren in Dakota. Trees van Montfort sprak over haar boek Groene theologie dat later het theologisch boek van het jaar zou worden. Dit jaar kan ik er niet bij zijn.

Vanmiddag gaat het over de spiritualiteit van het alledaagse, over traditionele vrouwenzaken als borduren en koken. Met daarachter de gedachte dat tuinieren en taarten bakken je dichter bij jezelf, bij je kernwaarden, bij God kunnen brengen. Het thema zette aan het denken.

Ik maakte laatst een actie mee waarin kleding gerepareerd werd, een van die traditionele vrouwenambachten. Het was een openbare workshop in de Ijpassage op het Centraal Station in Amsterdam. De actie was van XR NL Fashion action, een groep die protesteert tegen de mode industrie. Losvast verbonden met Extinction Rebellion (XR), waar ik aan mee doe.


We zaten in de IJpassage met zo'n 15 mensen op een stenen ronde verhoging. Stoffen in het midden, een megaspeldendoos en lapjes met voorbeelden van hoe je onzichtbaar en zichtbaar een gat kon repareren. De vrouw die de workshop gaf, volgde de kunstacademie in Arnhem en was in de leer geweest bij een quilter in Engeland. Ze liep rond en gaf aanwijzingen. Sommige mensen zaten te breien. We gingen ook in gesprek met voorbijgangers. Ik heb daar het gat in de zak van mijn jas gemaakt. Wat maakte dit zo bijzonder?

Wat me raakte was zowel de liefde voor het ambachtelijke, als het uitbundige en extraverte, de durf dit om op deze plek te doen. Ook het committent om via de taal van de draad een concrete manier te bieden om minder te consumeren. Om onszelf en de voorbijgangers te laten wennen aan een minder verspillend levenspatroon. In de diepe angst dat het niet goed zal komen met de aarde, steekje voor steekje iets maken dat kapot is.

Ijpassage.jpg


In december heb ik meegedaan aan een actie op Schiphol met Greenpeace. XR deed ook ook mee. Sommige actievoerders hadden zich vastgeketend om palen heen. Ze zaten aan elkaar met hun armen in plastic buizen. Ik bleek veel van deze 'locked on's' te kennen. Op allerlei manieren had ik me ze samengewerkt. Het was heftig, ze daar te zien zitten. Daar is de XR Fashion groep een antidote voor. Laatst zag ik ze rond een grote tafel op een rebellenfestival in Amsterdam, met daarop borduurboeken en grote klossen garen, aandachtig de ogen gericht op naald en draad. Iets gewoons. Het stelde gerust, herstelde vertrouwen in het leven, in mensen, in alles.

Ik ben benieuwd naar de verhalen van vanmiddag.

Litany for Almost Extinct Animals

We have gathered here together to pray for species that are almost extinct. Scientists estimate that 150-200 species of plant, insect, bird and mammal become extinct every 24 hours. We also pray for the animals and endangered species in Australia, where the bushfires are.

In this prayer we connect with the engangered species and make them present with our body and breath: we sing the names of endangered species aloud.

We ask saints to pray for us and the animals. The saints we call on, love animals, St. Francis, St. Mary Mackillop of Australia, St Melangell. The lovely thing about these saints is, that when we stop praying, they will go on, and carry our prayer along.


20200125_174120.jpg


This is how we are going to do it. We will stand in a circle and in turn we sing their names. Each participant sings a name of a species and then their neighbour. Everyone sings in their own way, just as he/she/they feel how the animal is best represented with their voice. Maybe loud, soft, rhythmical, hissing, whispered, sad or joyful. Just do it in your own way, as you want to sing this name. In that way you sing them alive and present. There is no set melody for this. You just improvise.

There are songs and spoken texts between the singing of the names. We pick up the singing of the names where we end, with the next person. If you are the last one to sing a name before these parts, your neighbour picks it up again.

Here you find a practice video for the sung Kyrië (Bell). And here is the melody of the last song: "Bless the Lord my Soul" (Berthier).

Let’s start.

Leader: We call on St.Francis of Assisi. Lover of animals. So much, that he picked up a worm to carry it to a safe place. Saint Francis, we bring to you the names of endangered animals and ask you to protect them. In turn we sing their names.

Amur Leopard, Black Rhino, Bornean Orangutan, Cross River Gorilla, Eastern Lowland Gorilla, Sumatran Orangutan, Hawksbill Lowland Gorilla, Asian Elephant, Javan Rhino, Orangutan, Blue Whale, Sumatran Rhino, Vaquita, Saola, Hawksbill Turtle, Western Lowland Gorilla, Yangtze Finless Porpoise, African Wild Dog, Sumatran Elephant, Black-footed Ferret, Sunda Tiger, Bluefin Tuna.

All: FRANCIS OF ASSISI, PRAY FOR US

Leader: Lamb of God, who takes away the sins of the world, have mercy on us.

Kyrië, (Bell)
301k.png


Leader: We call on St.Mary Mackillop, patron saint of Australia, lover of horses,
to protect all animals from the fires. We bring to you the names of endangered species. In turn we sing their names:

Long-footed Potoroo, Dunnart, Southern Brown Bandicoot, Silver-headed Antechinus, Glossy Black-cockatoo, Pygmy Possum, Green Carpenter Bee, Yellow-bellied Glider, Regent Honeyeater, Rufous Scrub-bird, Hastings River Mouse, Bright Yellow Southern Corroboree Frog.

All: ST MARY MACKILLOP, PRAY FOR US

Leader: Lamb of God, who takes away the sins of the world, have mercy on us.

Kyrië, (Bell)
301k.png


Leader: We call on St.Melangell. She provided sanctuary for animals. We bring to you the names of endangered species and ask you to protect them. In turn we sing their names.

Borneo Pygmy Elephant, Mountain Gorilla, Tiger, Ganges River Dolphin, Sei Whale, Indian Elephant, Indus River Dolphin, Whale Shark, Irrawaddy Dolphin, Sea Turtle, Red Panda, Sea Lions, Chimpanzee, Humphead Wrasse, Sri Lankan Elephant, Galápas Penguin, Whale, Bonobo, Fin Whale, North Atlantic Right Whale.

All: ST MELANGELL, PRAY FOR US

Leader: Lamb of God, who takes away the sins of the world, have mercy on us.

Kyrië, (Bell)
301k.png


Leader: We pray for us, humans,
For firefighters in Australia who risk their lives:
All: ST MARY MACCILLOP, PROTECT THEM
For people who protect endangered animals:
All: ST MELANGELL, PRAY FOR ENDURANCE
For politicians we pray, that they will speak the truth and act on it.
All: GOD, SHOW THE WAY
For hunters and frackers, and people who destroy forests, we pray:
All: GOD, TURN THEIR FEET
For our complicity with the toxic system we live in, we pray:
All: GOD, DELIVER US FROM EVIL
For climate activists, so many lost their lives, we mourn and keep silent.
(silence)
For Extinction Rebellion we pray, for Fridays for Future, for Code Rood, for all climate activists in the world:
All: GOD, GIVE US STRENGTH

Leader: For the whole of your Creation we pray
All: CHRIST, RENEW US

Leader: God, be praised through all your creatures,
through Brother Sun, Sister Moon and the stars, and Brother Wind,
through Sister Water, and Brother Fire.
And especially through Sister Mother Earth.
All: WE BLESS YOU

Bless the Lord my Soul (Berthier)


301k.png


Prayer at the very first festival of Extinction Rebellion, January 26, 2020 in Ot301, Amsterdam.

Vertrouwen - 1 januari 2020

Agenda’s, planners en kalenders: om de toekomst te plannen, het heden te regelen en terug te kijken op het verleden. Maar niet alles is te regelen en te plannen: een verandering van baan kan plotseling zijn. Veel dingen wil je helemaal niet plannen: de dood van iemand die je lief hebt. Het onverwachte en onvoorziene is niet uit te sluiten. Voor het onverwachte is acceptatie en vertrouwen nodig. Laten we het nieuwe jaar beginnen met het besluit de onverwachte kronkelwegen die het leven ons brengt, in vertrouwen tegemoet te gaan. Vraag voor een kaart: Wat helpt mij de onverwachte kronkelwegen van het leven met vertrouwen tegemoet te gaan?

Hermit.JPG

De kaart die ik trek is The Hermit uit The Christmas Tarot van Corrine Kenner. Op de kaart zit kerstman op een heuveltje, voor hij de stad in zal gaan. Een beeld van afstand, contemplatie en rust. Tegelijkertijd van betrokkenheid: hij kijkt naar de stad. Aan de ceintuur van de kerstman bungelen geschenken en in de zak op zijn rug zitten die ongetwijfeld ook. Misschien bedenkt hij wel, wie in de stad waar hij heen op weg is, welk geschenk zal krijgen.

Niet helemaal opgaan in al het drama en excitement. Beladen met geschenken, in rust, voetje voor voetje mijn weg vinden in het nieuwe jaar. 

Wat brengt de beoefening van Chöd?

Chöd is een boeddhistische ceremonie uit Tibet. Ontwikkeld in de elfde eeuw door Machig Labdrön, een yogini en een moeder. In de chöd ceremonie geef je je lichaam aan ‘demonen’, je angsten. Je dient het op als feestelijke maaltijd, in een visualisatie. Ondertussen zing je meeslepende melodieën, bespeel je een trommel, klingel je met een bel en blaas je af en toe op een trompetje. Wat levert dit op?

20190304_202527.jpg

Ik beoefen Chöd op mijn zolderkamertje in Hoofddorp. In Tibet wordt de Chöd-ceremonie vaak op crematieplaatsen gegeven. Op berghellingen. In het zicht van de dood. Liefst in de nacht, tussen de resten van de dode lichamen, die daar neergelegd worden om door gieren te worden opgegeten. Dat is niet alleen omdat het er stinkt, er enge beesten ronddwalen, of omdat er geesten zijn, die je aan je mouw trekken. Je beoefent vanwege je moment van sterven, zodat jij op dat tijdstip kalm blijft als je organen één voor één uitvallen, de grond onder je voeten vandaan glijdt en je wie weet monsters ziet. Met de dood wordt je op deze crematieplaatsen sterk geconfronteerd.

Zes jaar lang had ik meegewerkt aan het project van ‘pionieren’, een initiatief van de Protestantse Kerk om gemeenschappen te maken met mensen, die niet naar de kerk gaan. Ik heb zelf een tijd gepioneerd en zat in het landelijk pioniersteam dat mee dacht over het beleid. Op een gegeven moment stopte ik ermee en stapte uit het landelijke pioniersteam. Uit vrije wil. Grote rouw overviel me. Het was enorm verrijkend in dat team te zitten. Ik leerde mensen kennen uit alle hoeken van de kerk. Met plezier kruis ik nu mijn wijsvingers en roep ‘occult’, als ik moet uitleggen waarom evangelicalen de tarot niet zien zitten. ‘Vallen in de Geest’, een fenomeen dat ik ontmoette op een conferentie van pinkstergelovigen, bleek ik te kennen uit de nieuwe spiritualiteit. En er was die grote solidariteit met andere pioniers en kerkplanters uit heel andere geloofsrichtingen, meestal veel zwaarder dan de mijne, die de stap naar de wereld en de mensen buiten de kerk maakten, net als ik.

Maar vooral, ik had me niet gerealiseerd hoezeer het pionieren tot mijn identiteit behoorde. Het afscheid trok de grond onder mijn voeten weg. Mijn identiteit rats weg. Poef paf.

Chöd beoefening vindt op het scherpst van de snede plaats. Stukje voor stukje dien je je hele lichaam op aan alles waar je bang voor bent. Je geeft je maag en je darmen, je vel en je vet. Je geeft tot het beetje pus en pis dat overblijft, en ook dat geef je nog. “Haar, tanden, nagels, meer heb ik niet. Hier nog wat vet, wat pus en pis”.Je schenkt het uit mededogen. Datgene waar je het meest aan verknocht bent, ‘wie jij bent’, je vlees en je bloed, wat jou tot jou maakt, dat deel je uit liefde. Chöd is een verdichting van de Pranjaparamita Sutra, die over leegte en wijsheid gaat. Wat je in de Sutra’s leest, breng je met Chöd in praktijk. Voor mij is Chöd ook radicale navolging van Christus. Je deelt tot je niks meer over hebt en er geen grond meer is. Ik doe dat iedere dag, alsof het niks voorstelt, in het theaterstuk dat deze beoefening is.

Maar met dit afscheid overkwam het me in het ‘echt’. Ik verloor mijn grond, mijn identiteit. Ik had niks meer over. Grote paniek overviel mij thuis op de bank zat. Deze schrik, en vast nog ergere paniek zal me vroeg of laat steeds weer en weer overkomen, wanneer ik ziek word of mijn partner verlies. Stuk voor stuk ervaringen die ons in contact brengen met sterven en hoe ons daarin te gedragen en toe te verhouden.

Het is een menselijk vermogen om in groot lijden opluchting, vrijheid en genade te kunnen ervaren, al is het voor een moment. Lees de psalmen maar. Dit vermogen wordt benut in Chöd. Je oefent het als spirituele, psychologische, energetische techniek.

Na het afscheid, die avond op de bank, toen de grond onder mijn voeten weg was, bleek dat wanneer ik mij ontspande, ik de paniek tot het uiterste kon volgen, en dat daarin een diepe rust en opwinding verscholen zat. Er kwam ook lichtheid in mijn hart, en ik viel niet helemaal samen met mijn paniek.

Deze ervaring was opbrengst van de Chöd. In de ‘phowa’, een energetisch onderdeel in de beoefening, maak je de ‘geest’, jouw idee over jezelf, los van je lichaam. Je wordt in zekere zin getuige van jezelf. Het is niet uit te leggen, het is iets om te ervaren, maar dat maakt het mogelijk dat er iets anders, naast de paniek komt, of door de paniek ontstaat.

Je raakt erg nieuwsgierig door deze ervaringen, en ook van de ervaringen in de beoefening zelf : “Wat voel ik nu?” “Wat ervaar ik rond mijn hart, en bovenop mijn hoofd?” In de dagen na het afscheid, wat ik moeilijk bleef vinden, kwam te midden van somberheid en rouw ook de gedachte op: “Dit is interessant, wat mij nu overkomt, dit verlies, dat ken ik niet. Ik ben benieuwd hoe ik dat ga aanpakken”.

Chöd is een oefening voor het sterven. Het wonderlijke is dat de beoefening je juist ook levendig maakt en je volop betrekt bij het leven. Je werkt je met je ‘demonen’, je grootste angsten, dat is iets heel krachtigs en levenslustigs. Ze doen zich intens aan je voor: verdriet, woede, jaloezie, gevoelens van onwaardigheid. Door ermee te werken ontwikkel je mededogen, liefde voor jezelf en anderen, zachtheid. Grote gevoelens. Tegen het einde van de beoefening klinkt een “Ah”, waarin alles vrij wordt. Leegte. Opluchting. Dat alles helpt om je toe te wenden naar het leven.

En dan is er ook nog de grote lol bij het beoefenen. Zingen over een monster-vrouw en een griezel-monnik, blazen op een gek trompetje. Een gestreept dekentje aan. En soms een kraaienhoed op. Het blijft leuk.

Door de dagelijkse ceremonie verander je. Dat is geen mentaal proces, geen beslissing die neemt met je hoofd. Dat gebeurt, op mysterieuze wijze. Door de phowa, door de melodieën, het geluid van de trommel en de bel in je oren, door de bewegingen die je maakt om de instrumenten te laten klinken, en de moedige daad van het weggeven van je lichaam. Langzaam aan ervaar je in je dagelijkse leven steun in de crisissen die je meemaakt en geniet je meer en vaker van wat het leven je aanbiedt.

De zon erbij

November kan druilerig zijn en nat, donker en koud. Hier een manier om je te herinneren aan de warme, krachtige zon van de zomer. Pak de Zon uit je spel. Kijk naar de zon op kaart en ervaar dat dat de zon jou verwarmt.

Trek dan een kaart met de vraag: hoe kan ik vandaag met het licht en de warmte van de zon in contact blijven?

Christmastarot76602213_1792011147766923_8684918270492409856_n.jpg

Een bladzij omslaan. Een nieuwe dag als een nieuw jaar laten beginnen, met toeval, durf en andere gedachten.

Verborgen begin van Advent

Op deze dag wordt in de katholieke en in de orthodoxe kerken het Feest van de Opdracht van Maria in de Tempel gevierd. Het is het verborgen begin van Advent.

Dit feest berust op hele oude legenden. Maria’s vader en moeder, Joachim en Anna, hadden beloofd dat ze hun kind aan God zouden toewijden. Toen ze drie was, werd ze door haar ouders naar de tempel gebracht.




Advent is een tijd van je openen voor het licht, terwijl het buiten donker is. Trek een tarot- of orakelkaart met de vraag: Welk teken van Advent ontdek ik vandaag?

Mijn kaart was de Kluizenaar. Uit het gewoel, met mededogen kijken. Dat is het eerste licht dat ik ontdek van Advent.


Hermit.JPG

Thema van ‘Verborgen begin van Advent’ heb ik uit de Pylgeralmanak, een website die nu niet meer bestaat. Het verhaal van Joachim en Anna komt voor het eerst voor in het Proto-evangelie van Jakobus (ca. 145 n.C.; hfdst. 1-8:2)

Preek over het braambos en een kruis op de Museumbrug

De teksten die we vanmorgen gelezen hebben, reiken ver, verder dan het bekende en het zichtbare (Ex.3:1-15,Luc. 20: 27-38). Jezus spreekt met de Sadduceeën over de opstanding van de doden. Dat reikt tot over de dood heen. Mozes gaat ook verder dan het bekende. Hij leidt zijn kudde schapen ver weg, tot voorbij de steppeland, helemaal tot aan de berg Horeb. Zittend bij de braamstruik, ontmoet hij God.

Een paar weken geleden heb ik op een zaterdagmiddag een kruis neergezet op de Museumbrug in Amsterdam. Met een groepje christenen, Christian Climate Action, deden we mee aan de actie van de milieubeweging Extinction Rebellion. De bedoeling van de actie was om de Museumbrug en de Stadhouderskad voor het museum te bezetten. Het was een geweldloze actie. Het zou ook vrolijk worden. Er zou kunst komen op die brug, een grote walvis, sprekers en muziek. Wij wilden als christenen op de brug een plek om af te spreken en om waxientjes aan te steken in jampotten met gebedsintenties. Ik zette, om die plek te markeren, op de zaterdag voor de actie begon vast dat kruis neer. Het kruis was de plaats van waaruit wij actie voerden.

Het was een simpel kruis, gemaakt van van twee takken uit de tuin. Ik moest dat vastmaken aan de leuning van de brug, want een kruis blijft niet staan. Ik zat daar op m’n knieën. Een tas van de Action naast me, waar het kruis in had gezeten, schaar en touw. Achter me ging een stroom van toeristen langs me heen, op dat smalle stoepje. Het was zo onhandig als je het maar kon voorstellen. Helemaal niet een heilige plek, waar je je schoenen uittrekt, zoals Mozes deed. Ik heb er die middag gebeden voor iedereen, voor de actievoerders, voor de politie. Maar het voelde als vreemd. Een houten kruis op de Museumbrug tussen de bloembakken en de toeristen.



God spreekt tot Mozes bij de braambos op een moment dat het lijden van het volk Israël heel groot is. Ze zijn slaven in Egypte. Hebben het benauwd. Ze weten niet hoe ze eruit kunnen komen. God openbaart zich hier in de wanhoop, in het diepe, diepe zwart, de situatie kan niet slechter zijn. Soms gebeurt dat.

Die wanhoop herken ik op dit moment bij de actievoerders uit Extinction Rebellion, veel studenten, jonge mensen: “Kijk naar de cijfers”, zeggen ze. "Mensen en dieren alles gaat ten onder, we sterven uit, en heel snel.” Ze zeggen dat niet alleen, ze voelen dat ook. Als rouw. Die rouw komt zomaar naar boven, als je iemand een doos met folders geeft en een klein gesprekje hebt. En toen ik meedeed aan een demonstratie, liep iemand naast me te huilen. Haar dochter wilde geen kinderen, vanwege de toekomst die zij voor zich zag.

Er zit een beweging in, in de teksten uit Exodus en Lucas die we gelezen hebben. Een beweging van het concrete nu, vol verdriet en verdrukking en benauwdheid, naar een wereld waar je op hoopt, van opstanding van de doden, van recht en vrede voor ieder. Bij Mozes gaat het om de verdrukking van het volk Israël in het hier en nu. En God houdt hem een land van melk en honing voor, om heen te gaan waar het anders zal zijn. In de tekst uit Lucas, vragen de Sadduceeën zich hoe dat nu precies zit met de vrouw die 7 broers als echtgenoten had gehad, en allemaal achter elkaar stierven. Van wie is ze nou eigenlijk de de echtgenote, in de opstanding? Ze is tenslotte met 7 mannen getrouwd geweest. Dat is een vraag, die uitgaat van nu. Als het nu zo geregeld is, dan zal het daar ook zo geregeld zijn. Jezus zet er een heel andere wereld tegenover. Hij gaat niet uit van hoe we de wereld kennen, van hoe het nu is. Hij laat een heel andere wereld zien. Onze wereld is in de opstanding heel anders. Daar doet je maatschappelijke status er helemaal niet toe. Iedereen is daar kind van God. Of je nu getrouwd was of gescheiden, weduwe of weduwnaar, CIS of LHBTI, ieder gekend en geliefd. Een engel, een kind van God. Die andere wereld is vaag in contouren, onbekend en ver, maar echt anders dan nu. Daarin zijn we verlost van pijn en ongelijkheid, van rouw. Daar zijn de laatsten de eersten. Die wereld geeft ons richting.

Aan die andere wereld, daar denken we niet zo vaak aan. Er is de dringende noodzaak dingen te doen in het hier en nu, te mantelzorgen, kinderen op te voeden, te werken. Die andere wereld, dat visioen van ‘deze wereld omgekeerd’, het koninkrijk, onze tranen afgedroogd, thuiskomen, daar komen we niet zo vaak in contact mee. Toch is het dat wat ons richting geeft en voedt.

Afgelopen maand hadden we een avond over spiritualiteit, met alle wijkgemeenten uit Hoofddorp. Je kon allerlei workshops doen. Er was lectio divina, een meditatieve vorm van bijbel lezen. Je kon liederen lezen uit het Liedboek, die je anders zingt, en erbij stilstaan wat die teksten met je deden. Je kon een kralensnoer maken om er thuis mee te bidden als een rozenkrans. Er was spiritualiteit van de kwetsbaarheid en groene spiritualiteit. Het deed ons goed, die aandacht voor onze spiritualiteit. “We moeten dit vaker doen”, zeiden we tegen elkaar. Hoe houd je dat levend, die aandacht voor dat visioen?

Ik deed op die avond de workshop over het bidden met een kralensnoer. We hadden maar drie kwartier. We haastten ons voort. Tot iemand uitriep. “Oh, konden we maar langzamer, hadden we maar meer tijd.” Onmiddellijk werd het anders. Er kwam aandacht voor een kraal, die glad in je vingers ligt, waar levensaders in leken te zitten. Tijd voor verwondering. We zakten ietsje meer in onszelf. Ietsje minder gehaast. Daar ligt een deel van het antwoord, hoe we bij die toegang tot die andere wereld kunnen komen. Het gebeurt in de ontspanning, in de mijmering, in de diepe verlangens in je gebed, of wanneer je afdwaalt, of net voordat je slapen gaat. Op zulke onverhoedse momenten, wanneer je het niet verwacht, kan je ziel open gaan, kan je een engel treffen, God horen spreken.

Maar ook in het nu, in het bewuste, alerte dagelijks leven, kan je ermee in contact komen. In momenten waarin je voelt: ‘maar zo is het leven bedoeld’, in dankbaarheid. Heel even is daar dan het koninkrijk van God. Dat is ook iets wat actievoerders in Extinction Rebellion helpt, die zo in rouw zijn. Onze bijeenkomsten beginnen daar vaak met de vraag: ‘Waar ben je dankbaar voor, vandaag?” Dat opent je voor het leven. Dat helpt om het goede vast te houden, in het leven nu.

Dat kruis daar op die brug, tussen de bloembakken, bracht ook het contact met dat visioen van vrede. Toen ik neerzette, voelde het vooral raar. Maar toen het er eenmaal stond, klein en machteloos, werd het een focuspunt. Het kruis was de plaats waar vanuit we meededen aan de actie. Geweldloos, met niets in handen, een offer. Meer niet.

God openbaart zich soms in diepe rouw, in groot lijden, zoals Mozes meemaakte, en geeft dan een richting aan. Soms ook in onverhoedse momenten, waarop je het niet verwacht. Of we herkennen het in momenten van dankbaarheid.

Ik wens ons allen toe dat er veel momenten zijn waarin we herinnerd worden aan het visioen van recht en vrede, verlost van pijn en ongelijkheid, een land van melk en honing. Amen.

Preek in de Lichtkring, Protestantse Kerk, Hoofddorp 17-11-2019

De impuls tot geweld

Ik zit op Twitter. Op de dag van de boerenprotesten kwam steeds het filmpje langs van de de tractor die hekken omver reed en bijna een fietser raakte, en ook van de boeren die de deuren van het provinciehuis in Groningen vernielden. Ze herinnerden me indringend aan de acties van Extinction Rebellion in Amsterdam waar ik de week voor de boerenprotesten aan meedeed met Christian Climate Action. De angst die zulke grote voertuigen oproepen, kwam helemaal terug. We hadden op maandag 7 oktober de Museumbrug geblokkeerd en toen die ontruimd was op diezelfde dag, volgden die week allerlei andere acties in de stad. Ik ervoer weer hoe ik op donderdag bij de Heineken brouwerij stond en deelnam aan een blokkade actie van het kruispunt. Tussen mij en de grote vrachtwagens was slechts een dun spandoek. Ik hield dat niet lang vol. Zo af en toe verplaatste ik me naar achteren en nam iemand anders mijn plaats aan het spandoek in. Het was te kwetsbaar. Ook zag ik anderen van Extinction Rebellion voor mijn ogen, op de blokkade van de Blauwbrug later die week, liggend op de grond, tegenover grote ME bussen. Allemaal zachte lichamen, armen in elkaar gestoken, zingend, koekjes en een appel delend met elkaar. Wachtend om weggesleept te worden. Extinction Rebellion is geweldloos.

Zijn wij van Extinction Rebellion moreel superieur aan de boeren, omdat we geweldloos zijn? Tijdens de actie bij de Heineken brouwerij werd een spandoek uit mijn handen gerukt door een voorbijganger. De man ging uit zijn plaat, omdat we 7 minuten lang het kruispunt blokkeerden waar hij langsliep. Even gingen we nog luider zingen, scanderen een leus, tot een van ons met een handbeweging opriep tot stilte. Dat de-escaleerde de situatie en we kwamen ook zelf tot rust. We hebben dat geleerd, om te de-escaleren, geweldloos te blijven. We organiseerden in de aanloop naar deze actieweek aan de lopende band trainingen hoe je geweldloos acties van burgerlijke ongehoorzaamheid doet en hoe je geweldloos communiceert. Maar onze eerste impuls in deze actie was het tegenovergestelde, dat was luid en heftig zijn, dat was escaleren. Geweldloos handelen gaat tegen ons instinct in, om te vechten of te vluchten.


Swarming20191011_094159.jpg

De reformatorische traditie waar ik uitkom helpt om die impuls helder te zien. We hebben allemaal dezelfde inborst. Geneigd tot alle kwaad, ook tot vechten. Nee, wij van Extinction Rebellion zijn niet moreel superieur aan de boeren. Ik herken de impuls tot geweld. En ik weet hoeveel beheersing het kost daar niet aan toe te geven. Wij hebben dat niet gedaan in deze actieweek. Er waren boeren die wel geweld gebruikten.

Het is in mijn hoek van de kerk, het midden van de Protestantse Kerk, op dit moment gebruikelijk om met genadige ogen naar het gedrag van mensen te kijken. Het woord zonde dat zo lang zo sterk aanwezig geweest is in onze traditie en waar mensen onder gebukt zijn gegaan, gebruiken we niet meer. We steken kaarsjes aan, hebben compassie en doen aan troost. Dat zag ik nu ook bij het geweld van boeren op mijn twittertijdlijn. "Het mag niet, maar joh, ze hebben het zo moeilijk!" Vergoelijken, met de hand over het hart strijken, het geweld niet werkelijk veroordelen. Zwalken en schipperen.

Daar gaat het mis. Het oordeel is verdwenen. Er is alleen nog maar genade. En dat terwijl het hier niet om zomaar iets gaat. Het gaat om geweld, met geweld je zin doordrijven in grote machines. Nu ik zelf zo bang ben geweest met alleen een spandoek tussen mijn lichaam en de grote wagens, en ik ook merkte hoe dicht de impuls om geweld te gebruiken onder de huid ligt zie ik in, hoe belangrijk is het is, dit geweld niet te excuseren, maar met alle kracht te veroordelen.

In: In de Waagschaal.

Vieren op straat

In oktober deed ik samen met Christian Climate Action mee aan de geweldloze blokkade van Extinction Rebellion in Amsterdam, voor het Rijksmuseum. We wilden een getijdengebed op de blokkade houden, waaraan ook mensen van buiten konden meedoen. Dat mislukte. De politie sloot al snel de blokkade af. Je kon er niet meer inkomen. Zo kwam het dat er binnen de blokkade gebeden werd en ook buiten, op dezelfde tijd. Binnen de blokkade gebeurde dat op een steigertje. Buiten de blokkade deden we dat bij de politieafzetting voor de Museumbrug, vlakbij de verzamelplek die we in het Facebookevent genoemd hadden. We hoopten op mensen van buiten, maar die kwamen niet. We bleven met z’n drieën, waarvan één journalist. We zaten op de grond naast een groene prullenbak.

Het was ongemakkelijk en tegelijk heel mooi. Het paste daar helemaal niet op die stoep, die kaarsjes en het zitten daar. Het had iets terloops, of we zo weggewaaid konden worden. En iedereen was groter dan wij. We deelden in de viering wat ons grootste verlies zou zijn, als de schepping teloorging. Er gebeurde ondertussen een heleboel wat de aandacht trok. Zoals een vrouw die door de blokkade heen wilde breken, op de fiets met haar hondje voorop in een mandje, en dat voornemen aan ons vertelde. En het was heel lawaaiig. Ons centrum was een klein kaarsje in een jampot, dat was het licht van Christus, met daaromheen waxinelichtjes. Het was schamel. Zo kwetsbaar, tussen de dorre bladeren. Geen plek om het hoofd neer te leggen, zoiets.




Toen ik de liederen die we zouden zingen tevoorschijn haalde en in ons midden neerlegde, overviel mij grote schaamte. Ik had ze in grote letters uitgeprint en in een multomap gedaan met een plasticje eromheen: “Laudate omnes gentes”, “Jesu le Christ”. Leek me handig, hoefde niemand moeilijk te doen met uitgeprinte blaadjes. De liederen waren van veraf leesbaar, gitzwart op hagelwit papier. Ik voelde ik me als iemand die met grote borden oproept tot bekering, “Jezus redt”, zoals je wel ziet bij het Centraal Station in Amsterdam. Een Jezusgekkie, waar iedereen aan voorbij loopt en ik ook, met plaatsvervangende schaamte.

We hadden waxinelichtjes aangestoken, met gebedsintenties. Toen we klaar waren, en de journalist nog wat uitleg kreeg bij de afzetting, zat ik er in mijn eentje. Ik wilde een foto te maken van de plek en had de uitgewaaide waxientjes weer aangestoken. Er kwamen twee actievoerders aan. Een van hen kende ik een beetje. Hoe het kwam weet ik niet. Maar ze wilden een kaars aansteken met een intentie. Ze gingen zitten. Och, het was zo mooi. “Voor Moeder Gaia” was de eerste intentie. En de tweede was voor “Hoop”. Recht uit het hart. En zo nodig.

Het punt is, het één kan niet zonder het ander. Het gebaar van het aansteken van een kaarsje met een betekenisvolle intentie, is er niet zonder die religie, die omgeven is met zoveel schaamte.