Clara met monstrans

Augustinus huilt onder de vijgenboom

Op scharniermomenten van ons leven vertrouwen we op het irrationele. Een droom, een engel of iets wat we zien: een vogel die vastzit in het prikkeldraad en waarbij je denkt: “Zo vast zit ik ook, en nu wil ik loskomen.”

Bij Augustinus is het een kind, dat hij hoort zingen als hij huilend onder een vijgenboom ligt, in het uiterste hoekje van een tuin, ver weg van zijn vrienden. Hij heeft de moed om te leven opgegeven. Het meisje of jongetje zingt: “Neem en lees! Neem en lees!” Steeds weer herhaalt het deze ene zin. Augustinus spitst zijn oren en denkt na bij welk spelletje die woorden horen. Het kan hem niet te binnen schieten. Nog nooit heeft hij deze woorden eerder ergens gehoord.


Augustinus

Dan veegt hij de tranen van zijn ogen, staat op, pakt het eerste boek dat hij ziet liggen en slaat zomaar een pagina open. En ja, op die pagina staat geschreven wat hem weer in het leven laat geloven. In crisissen gebeuren wonderen.

Naar: Augustinus, Belijdenissen 12, 28-29