slippers op strand

Lopen met God

Over Henoch staat in de Bijbel dat hij wandelde met God. Je kunt het je voorstellen: een paadje tussen het koren en daar lopen ze samen, Henoch en God. Het doet me denken aan een legende over Augustinus, mysticus en groot geleerde in de theologie. Hij liep langs de vloedlijn en dacht na over God, over het idee dat God uit drie personen bestaat: Vader, Zoon en Heilige Geest. Opeens zag hij een klein jongetje. Het schepte met een schelp water uit de zee in een gat in de grond. “Wat ben jij aan het doen?” vroeg Augustinus hem. Het jongetje keek naar Augustinus en zei: “Ik schep de zee in het gat in de grond.” “Maar kind,” antwoordde Augustinus, “dat is onmogelijk”, “in dat kleine gat past de grote zee niet.” Het jongetje stond op zei: “Wat ik doe is net zo onmogelijk als wat jij doet, te begrijpen wie God is.” Dit antwoord verraste Augustinus en hij keek een ogenblik naar de wijde zee. En toen hij zich weer tot het jongetje richtte, was het weg.

Ik vraag mij af, liep Augustinus ook met God voordat hij het jongetje ontmoette en nadacht over God? Of was dat pas toen hij dat kleine jongetje ontmoette, die hem leerde dat God niet te bevatten is?

Wanneer lopen wij met God? Als wij denken over God, mediteren, leren, bidden in het holst van de nacht? Of minder bewust: als we een onmogelijke taak ondernemen, de zee in een gat scheppen, een kind opvoeden, een reorganisatie overleven. Of als we op een zonnige zondagmiddag in het koren wandelen. Of wanneer we een kind zien dat op een stoeprand stuitert met een bal. Wanneer wandel jij met God?

44358_full_570x313

Voor: Noorderlicht Breda