bird snow

Babouschka

Legende verteld door Ruth Kerr. Vertaald uit het Engels

Babouschka woonde in een klein huisje in de koudste hoek van een koud land, vol met sneeuw en ijs. Haar kleine huisje stond precies op de plaats waar vier wegen samenkwamen. Als Koning Winter regeerde en Broeder Wind huilde aan haar ramen, wanneer grote sneeuwhopen zich rond haar huis ophoopten en bijna niemand haar kwam opzoeken of langs haar huis kwam, dan verlangde Babouschka’s hart naar de warmte van de zomer, de geuren van bloemen, het gezang van de vogels, en naar haar vrienden.

     

In één van die jaren besloot Babouschka een feest voor haar vrienden te houden. “Dat ben ik niet zo eenzaam,” dacht ze. “Ik nodig al mijn vrienden uit. Ik zal koken en schoonmaken en een pad vrijmaken van sneeuw tot aan mijn deur.” Toen ging ze de lekkerste dingen maken: haar goede brood, en koekjes en cake. En ze haalde aardappels, en appels en weckflessen met kool en tomaten uit haar voorraadkamer naar de keuken.

Toen de dag van het feest dichterbij kwam, begon Babouschka sneeuw te schuiven om een pad naar haar huisje vrij te maken. Toen ze buiten was, dacht ze in de verte het tingelen van belletjes te horen. “Och heden,” dacht ze. “Mijn gasten komen eerder. En ik heb nog zoveel werk te doen. Ik moet opschieten!” Dus ging Babouschka snel naar binnen en begon de tafel te dekken voor het feest.

Ze zette net de borden op de tafel, toen ze de eerste klop op de deur hoorde. Babouschka ging naar de voordeur en opende die, maar de figuur die voor haar deur stond, kende ze niet. Babouschka was verbaasd. Hij droeg een geweldige kroon. Hij boog zijn hoofd naar haar toe en zei: “Babouschka wij volgen een schitterende ster aan de hemel. Er zal snel een bijzondere baby geboren worden. We denken dat hij een koning wordt en dat de schitterende ster ons naar hem toe zal leiden. Kom met ons mee Babouschka, dan kun je de pasgeboren koning zien. Babouschka keek langs de koning en zag nog twee koningen op kamelen zitten. Maar ze dacht aan al haar vrienden die zouden komen en ze zei: “Ik wil later wel met u meegaan, maar nu moet ik zorgen voor mijn feest.” De koning draaide zich verdrietig om en ging weg, en Babouschka deed de deur achter hem dicht.

“Nu moet ik het brood uit de oven halen en de kaarsen op tafel zetten”, dacht Babouschka. Dat was op het moment dat ze de tweede klop op de deur hoorde. Babouschka deed de deur open en tuurde in de duisternis. Ze dacht dat ze de stemmen van haar vrienden hoorde in de verte, maar voor haar verscheen een tweede koning. Zijn kleren kwamen uit een land ver weg en ze dacht dat ze het licht van de ster, waar de andere koning het over gehad had, in zijn gezicht zag weerspiegelen. De zoete lucht van wierook hing rond hem heen, want hij zwaaide met een gouden wierookvat. In Babouschka welde een verlangen op om mee te gaan met de koningen, maar ze keek om zich heen en zag de warme kaarsen in haar huis, rook het verse brood en zei: “Ik ga graag een andere keer met u mee, maar nu ben ik te druk met het voorbereiden van mijn feest.”

Toen hoorde ze een derde klop op de deur. “Hier zijn dan eindelijk mijn vrienden”, dacht Babouschka. Ze rende naar de deur, gooide hem open en tot haar verbazing, stond daar een derde koning. Hij was jong en Babouschka mocht hem onmiddellijk. Hij had een wijze glimlach voor zijn jonge jaren en hij toen hij Babouschka vroeg om mee te gaan en de ster te volgen, wist ze, dat ze heel graag mee zou gaan. “Blijf vanavond bij me en kom naar het feest” zei ze. “Dan ga ik morgen met je mee om die wonderbare koning te zien”. Maar de wijze koning schudde verdrietig zijn hoofd en zei: “Wij moeten de ster volgen. Jij hebt veel te geven Babouschka, aan de nieuwgeboren koning. Neem je geschenken mee en kom met ons mee.” Maar Babouschka schudde haar hoofd. Ze zag haar vrienden aankomen. En toen ze haar vrienden welkom heette, volgde haar blik de koningen toen ze op hun kamelen stegen en een pad volgden naar een hele grote ster die de gehele donkere nacht met licht vulde.

Babouschka had een heerlijk feest met haar vrienden. Ze aten het beste brood en het meeste van het eten en ze dansten en ze zongen.

Maar toen haar vrienden de volgende dag naar huis gingen, dacht Babouschka na over die koningen en de baby, en ze kreeg een verschrikkelijk verlangen. Babouschka pakte snel wat geschenken in en wat eten dat over was, en begon het pad van de wijze koningen te volgen. De sporen van de kamelen waren bedekt met sneeuw, maar Babouschka ploeterde voort, terwijl en ze uitkeek naar die grote ster. Ze vond de ster niet, en ook de baby niet. Dus Babouschka gaf haar geschenken aan een arme familie die ook een pasgeboren baby had.

Babouschka keerde terug naar huis, maar nog de hele winter en zelfs in de warme zomer die op de winter volgde, was Babouschka voorbereid om mee te gaan met de koningen, als zij haar nog een keer zouden opzoeken.

De volgende winter wachtte Babouschka op de koningen, maar ze kwamen niet. Dus ging ze op weg en nam haar geschenken mee die ze gedurende het afgelopen jaar gemaakt had. Ze zocht en ze zocht, en weer vond ze het sterrekind niet, maar ze merkte op hoe fijn de kinderen de geschenken vonden, die ze bracht.

Weer ging Babouschka naar huis en ze volgde haar verlangen naar het kind van het licht. Zo gebeurde het dat Babouschka ieder jaar op zoek ging naar het kind waarvan de drie koningen haar hadden verteld. Ieder jaar had ze iets voor hem gemaakt en ieder jaar gaf ze het aan kinderen, die lachten en blij waren met haar geschenken. Babouschka ging heel erg van de kinderen houden.

Maar eens in een jaar had ze met kerstmis bijna niks meer in huis om te geven. Ze was nu oud en had veel weg gegeven aan kinderen en hun ouders. Ze had nog een oud stukje speelgoed gevonden en was dat aan het poetsen, toen ze zacht hoorde huilen. “Dat lijkt wel een baby,” dacht ze. “Wie laat nu een kind buiten in zo’n koude nacht?”

Babouschka ging snel naar de deur en opende die. Ze keek naar buiten in de koude, donkere nacht en daar, op de drempel, zag ze een mand. Erin lag een blakende baby en toen hij het glanzende speelgoedje in haar handen zag, kirde hij van plezier. Toen keek ze op en zag dat rond het kind een bewonderende moeder stond en ook een vader. Achter hen stonden de drie koningen, die op haar deur hadden geklopt in die nacht, zo lang geleden. En rondom hen stonden al die kinderen en ouders wier harten Babouschka had verwarmd. Ze waren allemaal naar het haardvuur van Babouschka gekomen. En toen wist Babouschka dat niets voor niets was geweest. Al haar pogingen om het kind van het licht te vinden waren de moeite waard geweest. Haar hart was van liefde vervuld.