Monstrans

Tarotlegging: 'Ik loop hier met mijn lantaren'

Een dromerige tarotlegging bij het liefste Sint Maarten liedje. Ga mee met een kind dat de avond van Sint Maarten beleeft. De kaarten die je trekt gaan over jezelf.

Op de avond van 11 november, het feest van Sint Maarten, gaan op veel plaatsen in Nederland kinderen met lampionnen langs de deuren. Ze zingen een lied en krijgen iets lekkers. Zo wordt Sint Maarten herdacht, een soldaat die de helft van zijn mantel gaf aan een arme bedelaar bij de stadspoort.

Het liedje gaat over een klein kind met een hele grote lampion dat samen met een andere kinderen in het donker langs de deuren gaat. Boven de kinderen is de sterrenhemel. De kinderen stralen met hun lichtjes net als sterren aan de hemel. Het kind met de grote lampion loopt vooraan, verwondert zich over de mooie maan en hoort zijn of haar stem tussen de stemmen van de andere kinderen. Als de lantaarn opgebrand is, gaat het kind naar huis en is het feest afgelopen. Dit is het liedje:

"Ik loop hier met mijn lantaren en mijn lantaren met mij.
Daarboven stralen de sterren, beneden stralen wij.
Mijn licht is aan, ik loop vooraan, rabimmel, rabommel, raboem.
De mooie maan, die zie ik staan, rambimmel, rabommel, raboem.
Hoe mooi het klinkt, als ieder zingt, rabimmel, rabammel, raboem.
Mijn licht is uit, ik ga naar huis, rabimmel, rabammel, raboem."

Kaart 1
‘Ik loop hier met mijn lantaren en mijn lantaren met mij.’
Welk licht is groter dan ik en leidt mij?

Kaart 2
‘Daarboven stralen de sterren, beneden stralen wij.’
Wat laat ons stralen, de sterren boven en wij beneden?

Kaart 3
‘Mijn licht is aan, ik loop vooraan, rabimmel, rabommel, raboem.’
Wanneer wil ik vooraan lopen, met mijn licht het donker ingaan?

Kaart 4
‘De mooie maan, die zie ik staan, rambimmel, rabommel, raboem.’
Over welk moois verwonder ik mij dan?

Kaart 5
‘Hoe mooi het klinkt, als ieder zingt, rabimmel, rabammel, raboem.’
Hoe klinkt mijn lied, samen met de anderen?

Kaart 6
‘Mijn licht is uit, ik ga naar huis, rabimmel, rabammel, raboem.’
Wanneer ga ik weer naar huis toe?

© Berthe van Soest 2010