Sukkah

Tamboerijnen in Egypte

Iedere dag van het joodse loofhuttenfeest nodig ik bijbelse voormoeders uit en vraag één van hen om een onderwijzing. Vandaag is dit Mirjam. In haar jeugd maakte Mirjam de slavernij in Egypte mee. De Egyptenaren hadden bevolen dat alle joodse jongetjes die geboren werden gedood moesten worden. Zij redde haar broertje Mozes, maar veel jongetjes werden vermoord.

De beroemde joodse bijbelgeleerde Rashi zegt dat de vrouwen, de moeders, de zussen, grootmoeders en tantes in die tijd, tamboerijnen maakten. Zoontjes werden weggehaald, toch maakten de vrouwen tamboerijnen. Het was een symbool van vertrouwen. Eens zouden ze bevrijd zijn, hun kinderen blijven leven, en zouden ze zingen en dansen met hun tamboerijnen. Het kostte ongetwijfeld grote kracht.

Toen het joodse volk aan de overkant van de Schelfzee was gekomen en de Egyptenaren die hen achtervolgden in zee waren gestort, was het zover. Mirjam ging de vrouwen voor in zang en speelde op de tamboerijn.

  "De profetes Mirjam, Aärons zuster, pakte haar tamboerijn, 
   en alle vrouwen volgden haar,
   dansend en op de tamboerijn spelend.
   En Mirjam zong dit refrein:
  ‘Zing voor de HEER,
  zijn macht en majesteit zijn groot!
  Paarden en ruiters wierp hij in zee.’"

De kaart die ik getrokken heb is de Zegewagen. De zegewagen wordt bestuurd door beheersing en wilskracht. 

      

“Vertrouw”, zegt Mirjam vandaag tegen mij. “Bestuur je leven met wilskracht. Richt je op je doel en ga vooruit.” Dat is mijn onderwijzing van Mirjam vandaag.

Het levensgebied van Mirjam op de kabbalistische levensboom is Oordeel (Geburah) en haar deugd is kracht.