hart

Franciscus en broeder Valk

Een vraag om een kaart bij te trekken bij fragmenten uit het leven van Franciscus.

Op de berg La Verna, waar Franciscus in zijn eentje aan het vasten was, gebeurde het volgende.

“Terwijl Franciscus, zoals gezegd de vasten hield, kreeg hij ondanks de vele aanvallen die hij van de duivel te lijden had, ook vele vertroostingen van God. En die ontving hij niet alleen van engelen die aan hem verschenen, maar ook van wilde vogels. Gedurende de hele vastentijd kwam namelijk een valk, die daar dichtbij zijn nest had, elke nacht even voor het uur van de metten naar zijn cel, om hem met gekrijs en met geklap van zijn vleugels wakker te maken. En hij ging niet weg voordat Franciscus was opgestaan de metten te bidden. En wanneer Franciscus soms wat vermoeider was dan anders of zwak en ziekelijk, kwam deze valk hem, als een zorgzame en begripvolle vriend, iets later wekken. Franciscus was erg blij met dit heilige uurwerk, want dankzij de zorg van de valk werd hij voor elke luiheid behoed en tot bidden aangespoord. Daarbij hield de valk hem soms ook overdag heel gemoedelijk gezelschap.”

De vraag om de kaart bij te trekken luidt: Wie of wat brengt mij gezelligheid?

Ik trek een ridder. Een ridder met een gesloten vizier. Een en al droefheid. Ik schrok toen ik hem zag, dacht: “Wat is daar nou voor gezelligs aan?” Toch is er gezelligheid. Het zijn niet de bekers die rechtovereind staan, die laten zien dat niet alles verloren is. Daarvoor moet de ridder zich omdraaien en dat is een grote opgave Zo'n grote opgave hoort niet bij gezelligheid. Gezelligheid houdt je in de comfortzone.

Gezelligheid is te vinden bij de deken die de ridder omgeslagen heeft. Als het winter is zet mijn echtgenoot iedere avond mijn elektrische deken aan. Gezellig, warm. 

Fragment uit: Beschouwingen over de kruiswonden. In: De Fioretti. Verhalen over Sint Franciscus, Gottmer, 2006 (1999), p.184.