Groei

Clara krijgt een palmtak op Palmzondag

In de nacht die volgt op Palmzondag vlucht de achttienjarige Clara naar Franciscus en zijn broeders in Portiuncula, om de arme Christus na te volgen. Op de morgen van Palmzondag gaat Clara naar de mis.

“Toen die zondag aanbrak, ging het meisje met de andere mensen de kerk binnen, in feestelijke pracht stralend te midden van de vrouwen. Daar geschiedde een betekenisvol voorteken. Terwijl de andere gelovigen hun palmtakken gingen halen, bleef Clara met schroom stil op haar plaats zitten. De bisschop daalde van de trappen af, ging naar haar toe en gaf haar de palmtak. De volgende nacht maakte zij zich op bevel van Franciscus gereed om in betrouwbaar gezelschap de vlucht te ondernemen, waarnaar zij had uitgezien.”

Om een kaart bij te trekken: Een aanmoediging die ik krijg voor de weg die ik ga.

Op de kaart die ik trek staat een vrouw met een blindoek om, die niet kijkt niet naar de weg die ze gaan zal. Een bange leeuw ligt aan haar voeten. Een mooie aanmoediging heb ik gekregen. Ik moet gaan, al ben ik bang, geblinddoekt en weet ik niet waar ik ga.

Fragment uit: Thomas van Celano, Levensbeschrijving van de heilige Maagd Clara. In: Angela Holleboom, Peter van Leeuwen, Sigismund Verheij. Clara van Assisi. Geschriften, leven, documenten. Gottmer, 1996, tweede bijgewerkte druk (1984), p.193-194.