Franciscus verbiedt boetewerktuigen

Iedere dag een kaart met een vraag geïnspireerd door het leven van Franciscus, zolang als de vastentijd duurt.

Dit gaat over een kapittel (belangrijke vergadering van broeders) bij Santa Maria degli Angeli. Er deden –volgens het verhaal- meer dan vijfduizend broeders aan mee. 

“Tijdens datzelfde kapittel  kwam het Franciscus ter ore dat veel broeders een maliënkolder of ijzeren band op de blote huid droegen, waardoor menigeen ziek werd of zelfs stierf en velen gehinderd werden in het gebed. Daarom beval de wijze vader Franciscus in naam van de heilige gehoorzaamheid dat ieder die een maliënkolder of ijzeren band droeg, deze zou afdoen en voor hem zou neerleggen. En zo gebeurde het. Er werden wel vijfhonderd maliënkolders geteld en nog veel meer banden die om de arm of het middel gedragen werden, die samen een flinke berg vormden. En Franciscus zorgde, dat alles daar bleef liggen.” 

Wat moet ik afleggen omdat ik mijzelf er mee kwel?

De vrouwen met de bekers hebben plezier. Overdadig plezier. Dat maakt het moeilijk om de kaart te duiden. Het lijkt helemaal geen kwelling

Het heeft me drie dagen gekost om de kaart te duiden. Maar nu snap ik hem. De kaart gaat over een specifieke situatie. In die situatie heb ik een keuze om een grens te trekken of dat niet te doen. Ik wilde dat eerst liever niet doen. Ik heb er een hele tijd mee rondgelopen. Nu heb ik toch besloten dat wel te doen. Nu begrijp ik pas de kaart. Ik durfde die grens niet te trekken: ik wilde plezier bieden. Ik gooi mijn ijzeren band nu ook op de stapel. 

De Fioretti, verhalen over Sint-Franciscus, no. XVI, Gottmer 2006 (1999). p.85

Eén van de vrouwen heeft een band om.