bijbellezen

Aswoensdag - Kwalen, iets verkwikkends en zoets

“Bedenk dat je stof bent en tot stof zult wederkeren,” is de zin waarmee je het askruisje krijgt op Aswoenddag. Dit bepaalt ons bij ons lichaam en de vergankelijkheid daarvan. Iedere dag in deze veertigdagentijd lees ik een fragment uit een heiligenleven van Franciscus en stel daar een bezinnende vraag bij. Vandaag gaat de vraag over ziekte. Franciscus leefde zo mee met het lijden van Christus dat hij zijn eigen lijden beleefde als zoet en verkwikkend. Mijn vraag is: Hoe kan ik wat bitter voor mijn lichaam is, beleven als iets zoets?

Tijdens zijn leven had de zalige Franciscus langdurig te lijden van allerlei kwalen, wat overigens doorgegaan is tot zijn dood. Hij had last van zijn lever, milt en maag, en sinds hij overzee was geweest om voor de sultan van Babylonië en Egypte te preken was daar nog een zeer ernstige oogziekte bijgekomen. Die had hij opgelopen door de overmatig vermoeiende inspanning die hij zich tijdens die uitputtende reis had moeten getroosten, omdat het op de heen- en terugweg uitzonderlijk warm was geweest. 
Toch wilde hij zich niet de minste moeite geven om zich van een van die kwalen te laten genezen. Zijn medebroeders en anderen konden uit genegenheid en medelijden met hem bij hem aandringen en hem vragen zoveel als ze wilden, om zijn brandende liefde voor Christus die hem vanaf het begin van zijn bekering bezielde, ging hij op hun vragen en aandringen niet in. Door het diepgevoelde tedere medelijden dat hij iedere dag weer opnieuw ondervond wanneer hij dacht aan de deemoed en de voetstappen van Gods Zoon, zag en doorleefde hij wat bitter was voor zijn lichaam als iets verkwikkends en zoets.Ja, zijn verdriet over de pijnen en bittere smarten die Christus voor ons had doorstaan, was iedere dag zo intens, en de verstervingen en boetedoeningen die hij zich dagelijks daarvoor geestelijk en lichamelijk oplegde, zo veelvuldig, dat hij voor zijn eigen smartelijke pijnen geen aandacht had en er zich niet om bekommerde.   
    
Het is letterlijk een zoete vraag die ik stel: hoe kan ik wat bitter voor mijn lichaam is, beleven als iets zoets? Ik krijg dan ook bijna zoet antwoord. Ik trek de Page van Kelken uit de Tarot of Prague. Een dromerige jongeman, bijna niet van deze wereld, rijst op uit het water, gekleed in zachte kleuren. Door de zachte kleuren heeft de kaart wat weg van de sfeer van de borstkankermaand in oktober, waarin aandacht voor de de ziekte wordt gevraagd met niet bedreigende, vriendelijke etalage reclames.

Wat bitter voor mijn lichaam is kan ik verdragen door het met zachtheid te tegemoet te treden. En door te weten: we zijn niet beperkt tot ons lichaam.

Heiligenleven: Herinneringen aan broeder Franciscus no. 77