Monstrans

'Er zat een zeker protest in, zoals ze daar zat, naast de minister van mijnzaken'

Sommige mijnwerkers die boven de grond kwamen na 69 dagen opgesloten te zijn in de Chileense mijn San Jose, hadden een voorwerp bij zich. Sommig familieleden hadden dat ook. Die voorwerpen lieten tastbaar zien wat belangrijk was voor de kompels en hun families.

Een van de eerste kompels die gered werd, had een gele zak stenen meegenomen, onder uit de mijn. Toen hij die liet zien aan de mensen s boven, brak het de spanning. Eén van de laatste mijnwerkers had een witte telefoon in zijn hand met het snoer er nog aan.

                 

Het was de telefoon waarmee de verbinding met de familie bovengronds tot stand was kwam. Hij hield de telefoon omhoog en klemde hem vast. Zo te zien, was het een levenslijn geweest.

Er waren ook bevrijdde mijnwerkers die de Chileense vlag vast hielden en lieten zien. Soms onbeschreven, soms met namen en teksten, zoals hier. 

             

Of de kompels, diep onder de grond dit wisten, weet ik niet, maar hun redding doet heel Chili goed. In de hoofdstad Santiago volgden mensen op pleinen de reddingsoperatie op grote schermen. De president van het land en de minister van mijnzaken waren persoonlijk aanwezig bij de reddingsoperatie om de families en de mijnwerkers te ondersteunen en te feliciteren. Het gebeuren geeft de Chilenen het gevoel gegeven samen een volk te zijn dat in staat is deze spectaculaire redding voor elkaar te krijgen. De vlaggen van de mijnwerkers onderstreepten dat.

De familie van de ex-profvoetballer had een voetbal met de namen van de familie erop. Met hun namen lieten ze zien, dat ze bij hem hoorden. De voetbal toonde dat de kompel ook iets anders dan mijnwerker was, en dat hij nu hij gered was, weer in vrijheid kon voetballen.

Een dochtertje van één van de laatste mijnwerkers die naar boven kwam, had een bos ballonnen bij zich. Ze deelde ze uit aan de aanwezige reddingswerkers en sommige gingen de lucht in, toen haar vader uit de capsule stapte. Opluchting en warmte beeldden de ballonnen uit, en een sprankje lichtheid, zo aan het eind van die lange dag van redding na redding.

Indringend was ook het beeld van een echtgenote eerder op de dag, die de beeltenis van de Maria van Guadelupe meevoerde. Ze hield het kleed tegen haar borst gedrukt, spreidde het uit op haar schoot en klampte het steeds vast. Er zat een zeker protest in, zoals ze daar zat naast de minister van mijnzaken, midden tussen de knappe ingenieurs, die uit zo'n heel andere wereld komen dan zijzelf. Maria is van haar en hoort bij haar wereld. Maria is er altijd voor haar. De knappe ingenieurs en mijndirecteur zijn dat nu, op het moment van de redding dan wel, maar eerder niet, toen er geen geld uitgetrokken werd om de mijn veilig te maken. Ze zal hen dankbaar zijn, maar wat ze met Maria op haar schoot liet zien is iets anders. Het zegt: "Denk nu maar niet dat het aan jullie te danken is dat mijn man gered is." Ze had zich aan Maria vastgehouden, al die tijd.