De melaatse


Een maand geleden maakte ik een ‘staf’. Het was een opdracht voor een brainstorm middag, om elkaar beter te leren kennen en op een speelse manier te laten zien wat ieder van ons in huis had. Iedereen die meedeed, maakte zo’n staf.

Ik had bellen aan mijn staf willen maken. Vrolijke bellen als van een dwaas. Ernstige bellen als van de melaatse, die moet melden dat hij eraan komt. Ik heb de bellen er niet aangemaakt. Ik had al zoveel in de staf verwerkt, het werd teveel.

Een paar dagen geleden voerde ik voor de lol mijn geboortegegevens in een systeem dat Human Design heet. Dat is een soort astrologie, maar dan net anders. Het systeem rekent uit welk ‘type’ je bent. Tot mijn grote schrik was ik een vrij zeldzaam type. Ik zeg niet welk. Want oh, oh, oh, oh.

Er staat ook bij welke strategie de typen het best kunnen inzetten in hun leven. Die van mij is: INFORMEREN. Zeggen wat je doet en wat je van plan bent. Om mensen mee te nemen en weerstand weg te nemen. Maar ook als waarschuwing aan de mensen die met mijn acties te maken krijgen. Ik ben dus de melaatse met de bellen, die ik niet aan mijn staf heb gemaakt: ‘Kijk uit, ik kom eraan.’ Oef, mensen te moeten waarschuwen, voor wie ik ben en wat ik ga doen. Wat een vloek.

Maar gek genoeg komt het heel goed uit. Ik ben van plan iets in de kerk te gaan doen. Samen met een initiatiefgroep zetten we dat op. Een heleboel mensen in de kerk zijn er blij mee, maar niet iedereen. Het roept heel wat op: ‘Verkwanselt ze ons mooie geloofsgoed niet?’ Nu denk ik, ik moet informeren. Zeggen wat ik doe, wat we van plan zijn, dieper en beter, hoe ik er geloofsmatig insta, waarom kerk zo belangrijk is voor mij en voor dit project en voor de mensen met wie we gaan werken. Dus dat doe ik nu.

Daar ga ik dan, als melaatse met bellen.

Semele

We liepen met een groepje mensen een ‘spiraal’, een soort labyrint. Dat bestaat uit een touw op de grond dat naar binnen cirkelt. Je loopt naar het centrum en weer terug. In het middelpunt lag een schedel, verbeelding van onze voorouders, onze spirituele erfenis, en onze familievoorouders. We deden dat buiten, in het donker, vlak na zonsondergang.

Een spiraal is een heilige ruimte, waarbinnen je tot inzichten kan komen. Nooit zie ik visioenen of beelden als ik de spiraal loop. Dat hoeft niet. Als je binnen in de spiraal bent, is alles van betekenis. Een overvliegende vogel. Een kind dat roept. Maar nu was het anders. Toen ik in het midden stond, werd ik voor even één met een beeld van de godin en heilige Brigid. Tenminste dat dacht ik, dat ik één werd met Brigid. Het beeld kwam van een schilderij dat ik goed ken, waarin een figuur tussen vlammen omhoog stijgt, een lievelingsbeeld. Precies zo stond ik daar.

Ik vermoedde dat dit schilderij het verhaal uitbeeldde waarin Brigid door de lucht van Iona naar Bethlehem reist. En daar in de kerstnacht de vermoeide Maria voor een poosje aflost door Jezus onder haar mantel te houden. Brigid als pleegmoeder van Christus. Mooi en troostend. Het schilderij zou ook geboorte van Brigid kunnen zijn, waarbij een vlam van haar hoofd tot in de hemel rijkt. Een ‘heelbeeld’, waarin aarde en hemel verbonden worden. Helemaal mijn ding. Wat was ik er blij mee, met dit moment van eenwording met Brigid.

Hoe mis had ik het. Toen ik dit schilderij later in een creatieve opdracht had verwerkt, ging ik op zoek naar de schilder. En ik ontdekte: het was niet Brigid, maar Semele.

Semele is een vrouw uit een Griekse mythe. Ze wordt verzengd door de vlammen omdat ze Zeus, haar minnaar, in zijn ware gedaante ziet. Daar kunnen sterfelijke mensen niet tegen, tegen de verzengende vlammen van Zeus. Wat een schrik, zonder dat ik het wist was ik in het midden van de spiraal ook in contact gekomen met de gevaarlijke, vernietigende kant van vuur. Niet alleen met de mooie en verheven Brigid.

Het centrum van de spiraal was een kuiltje in het gras. Het kuiltje had gediend om hete stenen in te leggen die gebruikt worden in zweethut ceremonies.

Lang nadat we de spiraal liepen heb ik gehoord wie de kuil gegraven heeft. Els heeft dat gedaan. Els was een ‘vuurhoedster’. Ze droeg zorg voor het vuur en bracht hete stenen naar de kuil in de hut. Els leeft niet meer. Toen ze sterven ging had ze hier haar leven groots gevierd en afscheid genomen. Het is een prachtige plek, je kijkt uit op de weilanden en het is er stil. Els wist hoe ze vuur aan kon maken, ook als het nat en koud was. Ze kende de verterende kracht van vlammen, de helderheid die vuur biedt en hoe genoeglijk het vuur kan zijn. Ze wist ook wat te doen als vuur te groot werd. Ik ben blij dat Els daar ook was, in het midden van die spiraal samen met mij, Brigid en Semele.
Tags:

Een toverstaf



Ik moet een staf maken. Een toverstaf. Het is voor een bijeenkomst waarop we met groep zielsverwanten samen komen om activiteiten te bedenken voor de Aardbij, een lief huis in de Gandhituin in Rotterdam, waar de wanden van hout zijn en je alleen op sokken binnen mag. We kunnen het voor een deel van het jaar huren. We hebben al een website, een communitypagina op Facebook, en ook een naam voor onszelf: Vliegdienst. Zondagmiddag gaan we verzinnen wat we in de Aardbij gaan doen.


De toverstaf is voor deze middag bedoeld. Om jezelf en je ‘magie’ laten zien. Ik was niet zo gelukkig met die opdracht. In sprookjes is het zo dat wanneer je spreekt over je toverkunst, die van je afgepakt wordt.

Plotseling werd ik overvallen door het gevoel dat er een grote opschepperigheid zit in een magische staf met toverkunsten. En ik werd helemaal bonds, orthodox christelijk. Leven we niet enkel van genade en zegen? Wat zijn we meer dan een worm in het geheel van de grote schepping? Kwetsbaar zijn we. Een zuchtje en weg zijn we.

En zo begon ik met mijn staf. Heftig rood zit erin en bruin van opgedroogd bloed. Het dringt door het verbandgaas en schijnt fel door de voile waarmee de wonden bedekt zijn. Ik moest er een beetje van huilen, van al onze wonden. En van Jezus met zijn bloedrode open hart. Er staat ook een geschreven zin op de stok over het ondergrondse volk, van Astrid Lindgren uit het boek De rode vogel. Wie bij het ondergrondse volk is geweest, al is het maar voor even, is voor het leven getekend. Met mij is dat gebeurd.

Mijn man had de stok al eerder gebruikt toen hij voor barmhartige Samaritaan speelde in een dreumesdienst in de kerk. Het was de wandelstok waarmee hij van Jeruzalem naar Jericho liep, onderweg olie en wijn goot op de wonden van een beer, en ze verbond. Het hout komt van een bloesemboom uit de tuin van de buurman. En de stok is omwikkeld met een laken van mijn grootmoeder, oma van Soest. De staf is niet mijn eigendom. Niet helemaal van mij. Zoals de filosoof Derrida het zegt: ik ben geënt op wie mij voorgingen, die mij nu nog voorgaan, op hun contexten en traditie. Misschien wel zonder dat ik hen begrijp. Ik groei als een ent op hun stam, op een voor hen onvermoede en mogelijk ongewenste manier. Wie weet bezoedel en verkwansel ik hun erfenis. Ik plakte de ent onderaan op mijn stok, Ach, dit voelde ongemakkelijk, ik ben tot in mijn bodem niet helemaal mezelf. Als ik maar niet val morgen, met mijn stok die niet helemaal van mij is.

          zgf-greffe-arbre.jpg

De bovenkant van mijn staf gaat op in heldergele vlammen. Daar is geestvervoering en extase. In dat bovengebied is toeval en synchroniciteit verabsoluteerd tot waarheid. En directe toegang tot het absolute weten, (le savoir absolue) zonder enige blokkade. Daar is de ultieme vervulling van het verlangen van de westerse metafysica naar présence. En toppingpoint naar gekte. In die vlammen bevindt zich een figuur. Dit is mijn eigen vervoering, maar ik vermoed ook die van Vliegdienst. Het vliegen zit in onze naam.

De staf is nu klaar. Er kan niks meer op of aan. De bellen die ik eraan vast wilde maken, die van de vrolijke dwaas of de melaatse die moet roepen, "Kijk uit voor mij!", leiden alleen maar af. Ook het woord destinerrance dat ik had willen verwerken kan er niet meer op. Dit is een neologisme van Derrida. Het woord duidt verdwalen aan, vergissen en zwerven. Het concept heeft een ruimtelijk en een tijdsaspect. Het woord geeft aan dat wanneer je een bestemming wilt bereiken, er een kans is dat je daar nooit aankomt, of dat je pas veel later aankomt dan je wilde. Het kan zomaar zijn dat er een file is, of werkzaamheden op het spoor, dat je de weg kwijt raakt of onderweg van bestemming verandert.

Het woord destinerrance biedt tegenwicht aan de vermeende autoriteit van het absolute weten, de onmiddellijkheid van de extase. Destinerrance geeft ruimte aan nog-niet-weten, ambiguïteit, de verkeerde afspraak, de omweg, vergissing en aarzeling. Tegenwicht aan de druk haast te hebben door een apocalyptische tijdgeest, vanwege onze korte levens. Dit zijn belangrijke zaken voor mij en voor een vliegdienst. En toch zit het woord destinerrance niet op mijn staf. De verleiding van de geestvervoering is te groot.

Ik schrok daarvan. Zo'n sterk verlangen. Maar mijmerend ontdekte is dat ik iets anders in de staf heb verwerkt, net zoiets als het woord destinerrance. Dat is de voile. Bijna doorzichtige voile, licht als de wind. Voile zit ook in het ijle gebied boven in de staf. Het bedekt de voeten en het gelaat van de figuur die opstijgt. Ik kon het bijna niet zien, maar het zit er werkelijk. Ik voelde het met mijn vingers. Voille beschermt. Want voile versluiert. Voile verhindert het directe zicht op het absolute weten.

Brad Bríde

Op zondag 31 januari zaten we met 4 vrouwen om de tafel in Amsterdam-Oost en maakten een ‘gebedskleed’, een ‘brad bríde’. De praktijk van de brad bríde komt van katholieke Ierse vrouwen en is verbonden met de Ierse heilige Brigid Kildare. Haar feestdag is op 1 februari en in de nacht van 31 januari hingen deze Ierse vrouwen een lap buiten. Gedurende die nacht kwam Brigid langs en zegende de doek met de dauw van de vroege morgen. De vrouwen bewaarden het het kleed zorgvuldig en haalden het tevoorschijn wanneer iemand ziek was. Een tastbaar gebed om genezing.

We waren te gast bij Dana Komjaty, een kunstenares die prachtig werk maakt, vaak van natuurlijke materialen. Ik had haar op Facebook ontmoet. We kregen een grote lap en maakten er van alles op wat de lap voor ons betekenis gaf. Het versieren van de lap hadden we ingebed in een ritueel, met visualisatie, gebed en zingen. De visualisatie had ik al een keer in het Noorderlicht in Breda gedaan. Het was een rijke en volle middag. Dat kwam omdat omdat we veel konden delen, omdat we plannen en dromen hadden en omdat we iets deden wat de ziel voedt.


Tags: ,

Gewaarworden

Op 30 januari waren we met vijf mensen bij Tinah en Jan Visser in Velsen, een dorp vlak bij Santpoort Noord. We deden een ritueel rondom godin en heilige Brigid van Kildare. Haar feestdag is op 1 februari. Dat valt tegelijk met het Keltische seizoensfeest 'Imbolc' waarin wordt gevierd dat de prille lente onder grond aanbreekt. Tinah vertelde over de eerste tempelgang van Maria veertig dagen na de geboorte, dat ze Jezus opdroegen in de tempel, en dat dit gevierd wordt met het christelijke feest Maria Lichtmis. En ik vertelde dat volgens de traditie Simeon, de priester in de tempel, blind is, en dat hij het was die in de kleine Jezus de Messias herkende. Dat had en extra betekenis, want Tinah en Jan zijn blind.
Het was een indrukwekkend ritueel, maar het mooiste moment was na het ritueel, toen ik al aan het opruimen was. Tinah en Jan gingen voorzichtig met hun handen over doeken die we gemaakt hadden. Dat waren brad brídes, doeken om in de kamer te leggen als iemand ziek is, een tastbaar gebed. Met textielkrijt hadden we een inentie op de lappen getekend. Tinah en Jan konden niet zien wat op de doeken stond. Ze werden het met hun handen gewaar. En op een gegeven moment gingen de doeken rond en deed iedereen mee met voelen wat de bedoeling van een lap was.  
Alle thema’s van het christelijke feest Maria Lichtmis en het seizoensfeest kwamen bij elkaar toen de handen over de doeken zweefden. Niet zien en toch weten dat na de winter nieuw leven komt. Niet zien en toch geloven. Weten dat je de messias ziet terwijl je het met je ogen niet kan zien.

Omdat ik aan het opruimen was, heb ik er een foto van.


Tags: ,

De droom, de jongen, de lucht en de wind

Als we met de initiatiefgroep van Hartegoed bijeenkomen, dan slaat een van ons de bijbel open, zomaar op een pagina. Ze leest dan waar haar oog op valt. De passage heeft een betekenis voor onze vergadering en ook voor onze persoonlijke levens. Vandaag kwamen we terecht bij Prediker 4:13-16, over een jongen die in opstand komt tegen een oude koning.

“Beter een wijze jongen die van lage afkomst is dan een oude dwaze koning die zijn oren sluit voor goede raad. Er was een jongen die gevangen zat, maar vrijkwam om een oude koning op te volgen. En dat terwijl hij in diens rijk als een onbeduidend iemand was geboren. Ik zag dat iedereen hem volgde. Al het volk onder de zon liep de jongen achterna die in opstand kwam tegen de oude koning. Er kwam geen einde aan zijn stoet bewonderaars. Maar later zal er niemand zijn die nog een goed woord voor hem overheeft. Je ziet, ook dit is niets dan lucht en najagen van de wind.”

Ik zag mij gaan, mijn droom en de jongen achterna met Hartegoed, Noorderlicht, Vliegdienst. In de flow in de stoet, dansend, met overgave tot extase aan toe. Ik zag ons allemaal gaan eigenlijk, die daar aan tafel zaten, en ook de mensen om ons heen. Met grote inzet en verantwoordelijkheidsgevoel. Ook zwoegend en met hoge kosten. En dan eindigt het verhaal dat het niets anders is dan ‘lucht en najagen van de wind’. Niks permanents. Een tegenvaller.

‘Ach nee.’, zei Aart Mak, lid van de initiatiefgroep en uitvaartbegeleider. ‘Dat is niet erg. Zie het zo. Het is alsof je in de bioscoop zit en de film is afgelopen. Je kijkt verweesd om je heen, want al dat moois en opwindends waar je net nog midden in zat, is er niet meer. Je ziet alleen nog het lege scherm. Net als wanneer je gaat sterven. Dan is er niks meer. Maar je hebt het allemaal, helemaal meegemaakt. Daar gaat het om.'

En zo begonnen we vertroost aan onze vergadering.

Kidstemple

De Protestantse Kerk heeft ‘pioniersplekken’ in het leven geroepen. Die zijn bedoeld om mensen te bereiken die zich niet aangesproken voelen door een kerkdiensten zich niet thuis voelen in de bestaande kerkelijk gemeenten. Ik ben een pionier, en ben een pioniersplek op aan het zetten rondom Kennemerland. Pioniers gaan op een soort reis: een ‘pioniersreis’. Die reis begint met ‘luisteren’ naar wat er leeft in een groep of in een buurt, om aan te kunnen sluiten bij een behoefte. Een pioniersreis is onvoorspelbaar, heb ik gemerkt.

Aan het einde van 2015 kwamen we met een paar mensen bij elkaar voor nieuwjaarszegen van een natuurlijk retraitecentrum: Terragon in Osdorp. We deden dit met Wilde Zwanen, een groep zielsverwanten die af en toe iets met elkaar onderneemt. Er waren 2 kinderen bij, van 6 en 9. Hun moeder beheert het retraitecentrum. In de zomer staan er tipies. In schoolvakanties zijn er kinderkampen en soms zijn er concerten of theatervoorstellingen.

We goten appelsap onder een boom, onze speelse manier van zegenen. En we waren wezen kijken naar een levende kerststal in de buurt. Toen we daarna bij het vuur zaten, vertelde de moeder van de kinderen hoe ze het miste om spirituele waarden te kunnen doorgeven, zoals dankbaarheid en vergeving. Waarden die horen bij de grote spirituele tradities. Ze had gevraagd of er bij boeddhistische centra cursussen waren voor kinderen, maar die waren er niet. Ik merkte, ze mist dit echt. Het voelde als een behoefte, een sterke behoefte. Zo’n behoefte waar je bij aansluit als pionier. Zo had ik dit niet eerder meegemaakt.




We bedachten die middag bij het vuur kennismakingsmiddagen. Bijeenkomsten waarin belangrijke waarden uit geloofstradities centraal staan, voor kinderen op Terragon. Middagen gegeven door mensen die zelf boeddhist, christen, moslim of sjamaan zijn, en die dit samen met ons voorbereiden. Geen verhalen over, maar ervaren wat het is om te bidden en te mediteren of een zegen uit te spreken. En samen eten. Een ‘Kidstemple’. Ingegeven door onze ervaring met Messy Church in de Protestantse Kerk kon ik inbrengen dat het belangrijk is om ouders mee te laten doen, want zij geven de waarden door. We doen het stap voor stap. Liever een goed concept dan rats van start gaan en het laten mislukken. Zaadjes zaaien. Draagkracht ontwikkelen. Met Hartegoed als partner. En in ons achterhoofd de droom van gemeenschap.

Hier en daar ontwaar je in een pioniersreis de Geest. Zij waait waarheen zij wil, gaat onvermoede wegen. Dat maakt zo’n reis onvoorspelbaar. Rond dat vuur in Osdorp, op een plek waar we helemaal niks van plan waren met Hartegoed, dacht ik haar te bespeuren.

Ansichtkaart Huilende Zwarte Madonna

Ansichtkaart van de Huilende Zwarte Madonna. Ze is beschilderd met tranen en het wit op de voorgrond is het zout van haar tranen. Ook is bestrooid met roet, haar buitenste mantel is bruin met gaten, dat representeert het lijden. De madonna heeft haar ogen gesloten en ziet met haar hart.




Omgevormde replica van de Zwarte Madonna van Halle door Lian Waas, gemaakt in opdracht van de Protestantse Gemeente Breda voor de pioniersplek Noorderlicht. Fotografie: Claudette van der Rakt

Kunst in de kerk

Lezing voor inspiratiedag Kunst en spiritualiteit, ter gelegenheid van het 15 jarig bestaan van ZIN Vught, op 12 januari 2016. Georganiseerd door Brabants kenniscentrum kunst en cultuur (BKKC), in samenwerking met Kloosterhotel ZIN en Stadslandgoed Stapelen.

Dank dat ik voor jullie mag spreken, als theoloog en een tijdje betrokken bij kunst en spiritualiteit vanuit de Protestante Gemeente in Breda. Ik werkte van 2012 tot en met januari 2015 in een project dat Noorderlicht heette. Wij probeerden vormen te vinden om mensen buiten de kerk aan spreken. Toen ik in Breda werkte, gebeurde er van allerlei op het gebied van kunst. Om te beginnen werd er een kerk verbouwd.

Een kerkgebouw inrichten

Een kerkgebouw is kerkelijke, spirituele kunst. In het gebouw weerspiegelt zich de identiteit van een geloofsgemeenschap. Sommige kerken, vooral die van vroeger, zijn zo gebouwd dat hij naar boven, naar God reikt. Tegelijk zijn ze het centrum van stad of dorp. Sommige andere kerken, vaak gebouwd in de 20e eeuw, zijn een bastion van baksteen, afgesloten van de buitenwereld. Deze gebouwen laten zien dat de geloofsgemeenschap kritisch staat ten opzichte van de omringende wereld en zich daarvan afscheidt.


verbouwing.jpg1.jpg

Ook de inrichting van een kerkgebouw toont wat een geloofsgemeenschap belangrijk vindt. In een gemeenschap waarin bijbel en preek centraal staan, staan de stoelen vaak rondom de preekstoel. In kerken waar het draait om de eucharistie, staan van oudsher lange rijen banken, gericht op het altaar voorin de kerk.

Read more...Collapse )Onze verbouwing vond plaats toen de Lutherse Gemeente in Breda in 2013 samenging met de Protestantse Gemeente. Het ging om de Lutherse Kerk in het centrum van de stad, aan de Veemarktstraat. De buitenkant stamt uit 1770 en het gebouw heeft een 16e eeuwse crypte, die een monument is. Wat wilden wij met dit gebouw als geloofsgemeenschap? In de Algemene Kerkenraad, het bestuur van de gemeente, leefde het ideaal dat het de ‘huiskamer van de stad’ zou zijn. Het moest een gebouw worden waar veel mensen zich thuis zouden voelen, een plek waar missionaire en culturele activiteiten zouden plaats vinden. Ook moest het verhuurd kunnen worden. Het gebouw mocht niet op de begroting drukken.

Ik kreeg met de verbouwing te maken toen ik als toekomstige gebruiker van het gebouw, in de inrichtingscommissie kwam. De kerkrentmeesters wilden de crypte zo inrichten, dat hij verhuurd kon worden voor sjieke diners. De jeugdwerker wilde daar loungen op lage banken en de studentenpastor wilde er met een biertje achterover kunnen leunen. We kwamen er niet uit. We hebben ons lot toen in de handen gelegd van Edwin Huisman, interieurontwerper van “Huis, interieur ontwerp”. Zijn schoonvader was Luthers gemeentelid. Hij wilde graag een kerk inrichten. En zeker deze, van zijn schoonvader. We hebben Edwin Huisman blind gevolgd en hij kreeg ons, jeugdwerker, Luthers predikante, studentenpastor, de kerkrentmeesters en mij, op één lijn. Onnadrukkelijk heeft hij kerk en crypte stijlvol ingericht.

Edwin Huisman was onkerkelijk. Er bestaan professionele kerkinrichters met gevoel voor kerkelijke tradities en stijlen. Die hebben wij niet in de hand genomen. Dat is opmerkelijk. Maar wij, wij wilden voor iedereen toegankelijk zijn, meetellen, bij de stad horen en we wisten: de kerk ligt niet goed in de samenleving. Daarbij komt dat het gebouw verhuurd moest kunnen worden, dan bleef dit erfgoed in ons bezit. Onze identiteit zat ons in de weg. We hadden dus eigenlijk geen kerkelijke inrichting nodig; onze doelen waren niet zo kerkelijk. Ook lang niet al het kader van de gemeente was zo gelovig, ze hadden vooral een groot hart voor de gemeente. En wat we geloofden verschilde. We lieten onze identiteit dus zoveel mogelijk weg.

Het summum van spirituele verbreding is het schilderij dat Huisman koos voor de bovenzaal: een grote cirkel. Heel spiritueel: iedereen kan er wat heel dieps in zien, zonder dat het vast zit aan een religieuze traditie.


cirkel van edwin.jpg1.jpg


Bij de inrichting van ons kerkgebouw tekent zich een beweging af naar secularisering, naar ontkerkelijking, binnen de kerk zelf.

Berlinde de Bruyckere

Ik noem nog een voorbeeld van een beweging naar secularisering binnen de kerk. Dat gaat over kunst in de kerk en de omgang met het lijden. Anne Marijke Spijkerboer is predikant en werkt met kunst in de kerk. Zij zit vaak aan bedden in ziekenhuizen. En ze merkt dat mensen die zij bezoekt graag hun wonden willen laten zien, operatiewonden. Zij vragen erkenning voor hun lichaam dat er zo anders uitziet dat dan ze gewend zijn, dat zo’n pijn gedaan is, zo zwak en breekbaar, en zo verdrietig gekwetst. Wij hebben daar in de christelijke traditie een beeld voor: Jezus aan het kruis, of alleen een kruis. Dit beeld helpt niet meer. Het is versleten, het doet niks meer met mensen.

Anne Marijke Spijkerboer brengt iets nieuws binnen. Ze gebruikt beelden van Berlinde de Bruyckere. Hompen vlees, waarin mensen hun lijden kunnen herkennen: “Zoals die mens daar, zo ben ik nu ook geworden en dat helpt mij, mijn lijdende lichaam te accepteren.”

cirkel van edwin.jpg1.jpg

Dit is een stap naar secularisering binnen het geloof. De connotaties van identificatie met Jezus en met verlossing, die het beeld van Jezus en het kruis hebben, zijn er niet meer. Dat zijn gedachten als deze: “Jezus leed, net als ik nu lijd.” Of “Jezus lijdt als ik, maar hij vaart naar boven, komt in de hemel en zit naast God. Daar heeft hij geen pijn meer. Als ik daar kom, en dat hoop ik, dan heb ik ook geen pijn meer. Dit op aarde, waar ik nu ben, is niet het enige.” Maar dit werkt niet meer, dit geloven kerkgangers niet meer. Met de beelden van Berlinde de Bruyckere wordt een verbinding tot stand gebracht waarin het lijden in het hier en nu herkend en erkend wordt. Dat biedt verzoening met het lichaam, zonder hoop of verlossing op een ander moment, of in een andere wereld. De transcendentie valt weg. Wil kunst helpen bij lijden voor mensen in de kerk, dan is het nodig om uit de versleten traditionele religieuze beeldtraditie te stappen en gebruik te maken van seculiere kunst. Dit is een beweging naar secularisering binnen de kerk.

De Zwarte Madonna in de Cultuurnacht

Wij maakten in Breda met het Noorderlicht, een omgekeerde beweging met kunst en lijden, juist naar kerk en geloof toe, bedoeld voor mensen buiten de kerk.

Ieder jaar zetten de culturele instellingen in Breda in een nacht hun deuren open en bieden programma’s aan in samenwerking met kunstenaars. Dit is de Cultuurnacht. Bezoekers lopen door de stad met een programmaboekje en kiezen waar ze heen willen. Met onze kerk, in het centrum van de stad, deden wij daar in 2015 aan mee.

cirkel van edwin.jpg1.jpg

Midden in de donkere kerk stond een Zwarte Madonna, die huilde voor vrede. Zwarte Madonna’s zijn zwarte mariabeelden. Er staat er bijvoorbeeld een in Rockamadore en in Einsiedeln. Er gebeuren wonderen rondom die beelden en ze trekken pelgrims die de Zwarte Madonna’s komen bezoeken. De madonna voor de Cultuurnacht is gemaakt door beeldend kunstenaar Lian Waas.

Kunstenaars zijn meestal niet christelijk. De afstand tussen kerk en kunstenaar is vaak groot. Die afstand vertaalt zich nog wel eens in kunstwerken waarin kritiek zit op geloof en de kerk als instituut, ook wel blasfemie. Dat wilden we voorkomen. We wilden juist een beeld dat mensen op een positieve manier in contact bracht met kerk en geloven. Daarom hebben we er voor gekozen om met een replica te werken van een bestaand beeld. Daar kon dan minder mee misgaan. En wij hebben als opdrachtgever close meegedacht met de kunstenaar.

We probeerden de mensen die die nacht in onze kerk kwamen, in contact te brengen met een diepere laag. We wilden het verdriet om het gemis aan vrede aanraken, en het verlangen naar vrede. We boden ook een adres voor dat verlangen, een adres dat onszelf overstijgt: de Zwarte Madonna. We brachten ze in contact met geloof. Voor ons protestanten, onbekend met de traditie van Zwarte Madonna’s, was het beeld een modern en tastbaar Kyriëgebed, een gebed om Gods ontferming over de wereld.


De replica die we kozen was van de Zwarte Madonna uit Halle in België. Een replica gebruiken van een zwarte madonna gebeurt wel vaker. Die replica staat dan een poosje in de omgeving van het echte beeld en wordt dan in een andere kerk gezet. Wij zijn een stap verder gegaan en hebben het beeld veranderd van uiterlijk en in betekenis. We pasten de devotietraditie van de Zwarte Madonna aan, zodat die aansloot bij onze context. Onze Zwarte Madonna huilde voor vrede. Dat had iets kwetsbaars. Dat past eigenlijk niet in de traditie van zwarte mariabeelden. De Madonna in Halle hield kanonskogels van protestanten tegen, die de stad wilden innemen. De meeste Zwarte Madonna’s zijn ongenaakbare beelden, die afstand en bewondering oproepen. Een huilende Maria ligt dichtbij het moederlijke van een wit Mariabeeld. Het doet ook denken aan een gebroken God, die meelijdt met de wereld.

Ook de bruine mantel, gehaakt met gaten past niet in de klassieke Zwarte Madonna traditie. Ze draagt gewoonlijk mooie mantels die haar koninklijk maken. Bij ons representeerde de bruine mantel, chaos, lijden van de wereld waar de Zwarte Madonna in ondergedompeld is. Wel draagt ze een kroon en is haar mantel afgezet met goud. Haar meelijden met ons en de wereld en haar huilen voor vrede worden bekroond.

We veranderden het beeld van karakter zodat het kon dienen om mensen in contact te brengen met geloof, diepere lagen. Alleen door te durven veranderen, andere accenten te leggen, nieuwe beelden binnen te halen, kan een religieuze traditie levend blijven.

De Madonna stond die nacht in het midden van een spiraal, gemaakt van zout, haar vergoten tranen om de conflicten van de wereld. Om de Madonna te bereiken liep je door de windingen van de spiraal naar binnen en liet je een vredeswens achter in de sokkel. Daar zag je een zwart beeld vol tranen, met het kind Jezus op haar armen. Met haar ogen kon ze niet zien. Die zijn bedekt met roet. Ze keek met de ogen van haar hart.

cirkel van edwin.jpg1.jpg

Er zijn die avond 2500 mensen de kerk binnen gelopen. Charlie Hebdo in Parijs was net gebeurd. Er was behoefte aan een kanaal voor zorgen en angst. We hadden te weinig papier voor wensen. En al gauw was de sokkel vol. De wensen werden gestoken in de gehaakte mantel, die al zwaarder en zwaarder werd. Lian Waas moest het beeld vasthouden, zodat het niet bezweek. Als de mensen dichtbij de Madonna kwamen, keken ze aandachtig naar haar. En de wensen die zij achterlieten waren geen wensen, maar gebeden, persoonlijke gebeden. Het werd werkelijk een vorm van devotie.

Twee bewegingen

Er zijn twee bewegingen in de kerk. De ene beweging leidt naar secularisering van de kerk, ontkerkelijking binnen de kerk. We zagen dat in onze wens om ‘huiskamer’ van de stad te zijn, waarbij we onze christelijke identiteit zoveel mogelijk weghielden. Anne Marijke Spijkerboer moet seculiere kunst gebruiken, om te zorgen dat beelden van lijden zeggingskracht hebben voor kerkgangers.
De andere beweging is een missionaire, om mensen van buiten de kerk met geloof in contact te brengen, waarin geprobeerd wordt vormen te vinden die aanspreken, in het verlangen dat de christelijke traditie blijft voortbestaan.

Beeld Berlinde de Bruyckere: Per Benedetto. Foto door Ekenitr, Flickr.com
Brigid

Appelsap

Ik vraag me af of ik nog naar de supermarkt zal gaan om biologische appelsap te kopen. We gaan wassailen vanavond, een oud nieuwjaarsritueel uit Engeland om appelbomen te zegenen door een scheut cider te schenken onder de stam. Wij doen dat met appelsap. Ik had al een pak voor vanavond, maar dat mag ik dat niet gebruiken van mijn dochter. Het is geen goede appelsap. Er zitten ongezonde toevoegingen in en een heleboel suiker. Dat kan niet goed zijn voor de bomen.

Voor de wassailing in Osdorp had ik een plastic fles met appelsap meegenomen. Een andere keer, bij een stadslandbouwproject in Rotterdam was het een kartonnen pak. Daar durfde ik niet met plastic aan te komen. Mijn mede-wasailer vindt biologische appelsap onzin en chat me geïrriteerd dat het ook altijd mooier en beter moet.

We waisailen die avond bij Frigga Asraaf. Ze is van Asutra, een heidens germaanse levensbeschouwing. Ze heeft de Flame of Firth bedacht, een maandelijks vredesritueel. Daar beginnen we mee. We zingen een lied dat ons aanmoedigt sterke en soepele draden van vrede te spinnen en bidden, voor Syrië, voor vredeswerkers. We reizen in verbeelding af naar een vredesgaard waar vuur brandt en een rivier vrede meeneemt, de wereld in. De baby die ergens in het gebouw huilde, is stil geworden. Tot slot gaan we naar de tuin om te wassailen. Uit een houten kom gieten we biologische appelsap over haar altaar. Ik was toch naar de supermarkt gegaan. Ik dacht, germaans, biologisch-dynamisch, dat past bij elkaar.


Wasail van Hartegoed

Met Tinah aan de arm loop ik naar de plek in een bos bij Santpoort waar we Hartegoed gaan wassailen. Dat is een oud gebruik uit Engeland, waarbij rond nieuw jaar onder appelbomen cider gegoten wordt voor een goede oogst. Tinah is blind, dus ik doe voorzichtig, maar dat hoeft niet, zegt ze. Ze heeft over rollende stenen in Peru gelopen. En ik merk het. Ze ziet, maar anders. Ze wordt het gewaar. Tinah is “Honey Priestessa” en ze heeft honing bij zich. Honing hebben we nodig voor Hartegoed. Want het is een heel gedoe.

Hartegoed is een pioniersplek in oprichting van de protestantse kerk voor mensen die houden van moeder aarde, rituelen, de Keltische feestcyclus en van de wonderlijke rijkdom die in de christelijke traditie verborgen zit. Kerkmensen en fondsen snappen dat niet zo goed, dat dat zinvol is, deze dingen. Hoeveel movers en shakers we ook hebben in de initiatiefgroep en binnen de pioniersafdeling van de landelijke kerk, er zijn heel wat blokkades te slechten. En dat gaat het beste met loving and kindness. Met honing! Ikzelf heb de honing ook hard nodig. Want oh, wat word ik er soms narrig van! Ook vandaag ging het niet vanzelf. We konden niet in een kerk terecht, behalve als we het gebouw huurden. “Ach wat!” had Marca geroepen, een van de zes mensen die vandaag mee doen: “We hebben dat gebouw helemaal niet nodig. Kom maar bij mij. Ik weet een krachtplek in het bos.”

Op die plaats staan dikke, oude beuken. Ieder wasailt voor een eigen wens, voor de aarde en voor vrede en giet een scheut onder een zelf gekozen boom. We branden salie en wierook, trommelen en zingen. En dan ben ik aan de beurt, voor Hartegoed. Ik loop op een dikke beuk af, breed en wijd en betrouwbaar. En als ik er bijna ben, bedenk ik dat het een andere boom moet zijn en zwenk ik af met de kom. Ik kies een veel, veel dunnere. Een eik, maar dat wist ik toen niet. Ik kijk geschrokken naar boven, naar de top van de boom, want ik weet niet eens of de boom wel leeft. Net zo teer als Hartegoed. Voorzichtig giet ik het sap uit de kom.

Het volgende Keltische jaarfeest is Imbolc, op 2 februari. Dan wordt het onzichtbare begin van de lente gevierd, die je dan nog niet kan zien, maar onder de grond al begint. Het feest valt tegelijk met Marialichtmis, uit de katholieke traditie. Daarin staat vertrouwen centraal, geloven in wat je niet kan zien. Op dat feest wordt het verhaal gelezen over de oude blinde Simeon, die Jezus herkent als messias wanneer zijn ouders hem komen laten zegenen in de tempel. Ik ben benieuwd of Tinah ons kan uitleggen hoe Simeon dat wist, dat het de messias was die werd binnen gedragen.


Wasail van de Gandhituin

We lopen in het donker langs een hek in een tuin. Het is het hek van de Gandhituin, een buurttuin in hartje Rotterdam, onderdeel van het nutstuinencomplex Hof van Noord. In de tuin wordt groente verbouwd. Er wonen bijen. Vlinders vliegen in de zomer af en aan en er is een bosrand waar de natuur met rust gelaten wordt. Er worden iedere week voedselbankpakketten afgehaald en er is een terras met lange tafels waar in de zomer om de week samen gegeten wordt. Het is een tuin en een gemeenschap, met alles wat bij gemeenschap hoort, het mooie en de fricties. We ‘wasailen’ de tuin, een oud Engels ritueel, waarbij rond nieuwjaar cider gegoten wordt onder fruitbomen voor vruchtbaarheid. We gieten appelsap voor alles wat er groeit en bloeit en ook voor de mensen in de tuin. En we lopen langs het hek om ‘boze geesten’ af te schrikken met lawaai: dat dat er niets gestolen wordt en vernield en dat niemand hinderlijk zal storen. Dat hoort ook bij het ritueel van de wasail.

Als we langs het hek lopen lijkt het wel of mijn voeten lopen over fluweel. Het veert onder mijn voeten. Op de paden ligt een dikke laag houtsnippers. Perken hebben ronde hoeken, paden maken flauwe bochten. Er heerst grote vriendelijkheid in deze tuin. Af en toe staan we stil bij een stukje hek en vertelt Nitai, een vrijwilliger, wat op die plek buiten gehouden moet worden. Dan knopen we symbolisch een stuk touw aan het hek. We zijn niet goed toegerust voor verdrijven van boze geesten vind ik, als we door de tuin gaan en lawaai maken. Ik speel op een trommel gemaakt met de vacht van een damhert. Een dier dat bij gevaar van schrik bevriest en nog geen geluidje zal maken. We hebben schattige Hare Krishnabelletjes, een mondharp, een zacht rateltje en een sjamanendrum die niet wil klinken in het vochtige decemberweer. Een flinke vuist kunnen we niet maken tegen de boze geesten.

De volgende dag zit ik in de kerk. Het is kerstavond. Mijn gedachten gaan terug naar de tuin. En naar Gandhi, zijn vreedzame verzet, waarbij niet geschoten en zelfs niet gescholden mocht worden. En voor mijn ogen zie ik een ronde slinger van helder licht in diep zwart, in de vorm van de tuin, fel en krachtig.


Toen Fraya hoedster werd van Terragon

Het is bijna donker. We zijn met een groepje op Terragon om zegen te vragen voor het terrein in het nieuwe jaar. Terragon is een retraitecentrum waar je in contact komt met de natuur. Er staan tipies in de zomer. Er is bos en er is een vuurplaats. Het is te huur voor teamtrainingen, theatervoorstellingen en in de vakantie zijn er kinderen die er hun dagen spelend doorbrengen. We ‘wassailen’, een oude gewoonte uit Engeland waar in sommige streken rond nieuwjaar cider gegoten werd onder appelbomen, voor een goede oogst.

Omdat het bijna donker is, willen we wat opschieten. We hebben appelsap gegoten onder een mooie boom, rond het vuur gezeten en nu we willen een verborgen altaar te maken, een hart voor de plaats, focus voor onze gebeden en wensen voor Terragon. Verborgen, zodat het niet omvergehaald kan worden door wie er op bezoek komt. Wij volwassenen lopen twijfelend rond wat de beste plek zou kunnen zijn. Maar Fraya, de dochter van Claudia die het terrein beheert, weet het meteen. Ze rent er heen. Haar plek is aan de grens, naast een weiland en gericht op het westen, die mysterieuze plaats waar de zon ondergaat, waar je los kan laten en waar ook de oogst is. Onder een braambosje. Als ze zich bukt en een tak opzij duwt om het ons te laten zien, prikt ze zich. Ze huilt. Het bloedt. We zijn er een beetje beduusd van. Het is duidelijk wie de hoedster is van Terragon, dat is Fraya.

De diepe spirituele betekenis van sinterklaas

Sinterklaas geeft in het geheim. Dat heeft een diepe spirituele betekenis. Sinterklaas gooit de cadeaus ’s nachts door de schoorsteen of zet ze op de stoep. Ook in legenden over St. Nicolaas geeft hij in het geheim. Eens zorgde hij voor de bruidsschat van drie dochters, die hun vader had vergokt. St. Nicolaas, toen nog gewoon de bisschop van Myra, zamelde geld in en gooide dat stiekem door hun raam.

Het is grappig om voor goede gever te spelen met Sinterklaas en om niet te weten wie jou een cadeau gegeven heeft. Maar het is niet alleen grappig. Het verhullen van wie de gever is heeft een diepe spirituele betekenis. Ontvanger en gever komen niet in een schuldrelatie terecht. Ze blijven vrij ten opzichte van elkaar. En er is nog een diepere laag. Het laat ons beseffen dat wat we geven uiteindelijk niet van onszelf komt.




Afbeelding: Het grote voorleesboek van Sinterklaas, Selma Noort, Tineke van der Stelt

Verraad hoort bij pionieren

Verraad hoort bij pionieren. Als pionier moet je geliefde vormen en tradities en geloof van een moedergemeente durven verlaten als het nodig is om aan te sluiten bij een doelgroep.

Christus zit tussen de kerkgangers als daar in die gemeente op zondagochtend de schaal met brood aan elkaar wordt doorgegeven. Tenminste dat voelt zo, omdat we dit zo kennen. Hij wordt bezongen, bepreekt in woorden die we begrijpen en waar we van houden. Hij is het liefdevolle centrum van bijna elk kinderverhaal. Zo bestaat Christus in de harten en hoofden van de mensen. Trouwe gemeenteleden begrijpen niet dat je als pionier zoiets als ‘maanvieringen’ organiseert, want dat deden de heidenen.

Als pionier leven we in twee werelden. In de wereld van de kerk en in de wereld van de doelgroep, die niets heeft met zo’n schaal en met een zondagmorgen, met kerkbanken en Christus die daar tussen de mensen zit. Die doelgroep bestaat uit mensen van buiten de kerk aan wie we geloof willen doorgeven. Zij worden misschien zoals ik, iedere maand middels een Facebookevent uitgenodigd voor vollemaanvieringen, georganiseerd door een coach of een therapeut. Ze worden misschien wel geraakt door het mysterie van het bestaan. En willen, wie weet, ook wel onze vorm van een maanviering meemaken. Daar gaan wij als pioniers in mee.

Laag-Javaans

De zendeling J.H. Bavinck (1895 - 1964) sloot nauw aan bij de gewoontes in Java. Belangrijke bijeenkomsten vonden niet op de veranda plaats waar gasten gewoonlijk werden ontvangen, maar binnen in het huis, want dat was de plek van de huisgenoten. Die intieme plek betekende dat ze als broeders en zusters bijeen waren. Ze spraken dan laag-Javaans, een taal die binnenshuis gebruikt werd. Ook werkte Bavinck met symboliek die voor Javanen belangrijk was. Met het getal vijf bijvoorbeeld, voor hen een heilig getal. De bijbelstudiegroepen bestonden uit vijf leden, en hij maakte gebruik van de vijf letters van het woord ‘prabda’, glans. Elk van deze letters stond voor een belangrijke houding in het geloofsleven. Net als Bavinck zijn wij pioniers zendelingen. We sluiten aan bij onze doelgroep en proberen hun taal te spreken.

Maar Bavinck zat ver weg met als enig communicatiemiddel de posterijen. Wij zitten vlak in de buurt van de zendende gemeente. Wat we doen levert conflicten op. Vragen aan kerkenraad. Bezoeken die gebracht moeten worden aan boze gemeenteleden. Mensen die hun kerkelijke bijdrage inhouden of daar mee dreigen. Voor ons pioniers is dit moeilijk te verdragen. We doen ons werk ook voor de kerkgangers en hun kinderen, we proberen het geloof levend te houden. En het is bedreigend voor de pioniersplek. De geldkraan kan na een paar jaar dicht gaan.

Vrucht van verraad

En toch is het nodig dat we nauw aansluiten bij de doelgroep om tot werkelijk nieuwe vormen te komen, die onkerkelijken bereiken. Ook als we nog niet zo weten op welke manier Christus in onze maanviering te vinden is. Wanneer we als pioniers verraad plegen, dan verraden we de gemeente die ons zendt, de mensen met de schaal met brood op de zondagochtend. We verraden niet de christelijke traditie als geheel. Kerk en traditie worden verrijkt door verraad: door spanning, verloochening, door nieuwe en andere benaderingswijzen die haaks staan op wat er zoal geloofd en beleden wordt. Contact met mensen van buiten de kerk kan verrijkend zijn, juist omdat ze zo anders zijn. In Breda heb ik een kleine drie jaar gewerkt met ‘nieuwe spirituelen’. Een vrucht van contact met hen is hernieuwde aandacht voor het wonder. Wij hebben daar, door de Verlichting getekend, moeite mee, maar voor nieuwe spirituelen is dat iets wezenlijks. Voor de pioniersplek Noorderlicht Breda is een traditioneel beeld van een Zwarte Madonna omgevormd tot een beeld dat huilt voor vrede. Het staat in de Lutherse Kerk in het centrum van Breda, die geopend is voor toeristen. Beeld en sokkel zijn bedekt met tranen en in die sokkel kunnen mensen hun vredeswens achterlaten. Het beeld is een materieel voorbeeld van traditievernieuwing: een nieuwe vorm van het Kyriëgebed, een toevoeging aan de devotietraditie van Zwarte Madonna’s. Winst van contact met nieuwe spirituelen kan ook aandacht voor de dans zijn, voor lichamelijkheid, aandacht voor zintuigelijke ervaringen. Zo heeft elke doelgroep ons iets te bieden. Pioniersplekken verrijken de traditie.




Hoge prijs

Maar verraad heeft een hoge prijs. Met verraders loopt het niet goed af. Judas hing zich op, nog voor de nacht waarin hij Jezus overleverde voorbij was. Volgens de overlevering keerde Petrus om naar Rome om daar gekruisigd te worden. Alleen maar om te voorkomen dat hij Jezus opnieuw zou verloochenen. Verrader te zijn is niet benijdenswaardig. Quo vadis? Een goede vraag: waar ga ik heen?

Op dit moment ben ik samen met een initiatiefgroep een nieuwe pioniersplek aan het opzetten in Kennemerland voor nieuwe spirituelen. Het is een diaconaal project voor mensen in achterstandssituaties, met name vrouwen. Ik merk dat gedachten aan verraad blokkeren. Mijn energie verdwijnt en het valt me zwaar. Ik wil het liefst over de gedachte aan verraad heen vlinderen, teruggaan naar de onbevangenheid waarmee ik ooit begon. Ik begrijp dat er weerstand is, maar ik vraag me toch af, zou het anders kunnen?

Pioniersplekken komen voort uit een plaatselijke gemeente, maar ze bestaan naast deze gemeente. De twee gemeenschappen hoeven niet samen te vieren of samen deel te nemen aan dezelfde activiteiten. Daarmee is de mogelijkheid geschapen dat zo’n gemeenschap werkelijk anders is dan de zendende gemeente, qua vormen en gezindheid.

In de paasnacht

Ik maakte dit jaar de paasnachtwake mee in de Dorpskerk van Santpoort Noord. In een donkere kerk werd de paaskaars binnengebracht. Ik had verwacht dat degene die de kaars binnen bracht, voor ons langs zou lopen, zodat we de kaars goed konden zien. Maar dat deed ze niet. Ze liep achter ons langs, achter de laatste rijen stoelen waar niemand zat, vlak langs de achtermuur van de kerk, het uiterste randje van ons bij elkaar. Het leek daar nog donkerder dan in het midden. Het voelde als begrenzing, wij samen bij elkaar. Maar het voelde ook als ruimte maken. Bij onze grenzen, in die donkere schaduwen achter ons, waar niemand naar keek en waar we helemaal niet mee bezig waren, daar kwam het licht van Christus, fel en krachtig.

Verliezen /Maar werkelijk verliezen / Om ruimte te maken voor de vondst. Zo klinkt het gedicht van Apollinaire dat model staat voor het concept van de trouvaille, de onverwachte vondst. De afgelopen jaren heb ik gepoogd om te pionieren vanuit dit concept. Om me te laten verrassen door wat ik vond bij mijn doelgroep en daar mee aan de slag te gaan. Het concept komt van de kunstenaar André Breton, die op de vlooienmarkt liep en iets anders vond dan hij verwachtte en die blij was met wat hij gevonden had, al was het nog zo weinig waard. Je vindt zo’n trouvaille alleen als je durft te verliezen. Of een gemeente dit durft is niet aan ons pioniers. Tot die tijd verraden we ze keer op keer.

Geleid door de trouvaille

Maar stel je nu toch eens voor, dat er zo’n gemeente is, die dat doet. Die beseft dat ze niet zal vinden wat ze zoekt. Stel je voor dat er een gemeente is die geleid wordt door de trouvaille. Ze hebben een gebrek aan nieuwe leden en nauwelijks nog een kind op de zondagmorgen. Op Paasochtend zingen ze: “De steppe zal bloeien”. Daar geloven ze hartstochtelijk in, met z’n allen. En dat geloof houdt hen bijeen. Maar er is meer. Ze zijn ook nieuwsgierig. Ze volgen met hun ogen de paaskaars die het donker klieft langs de achtermuur van de kerk. Ze lopen als André Breton op de vlooienmarkt in Parijs en zien vooruit naar een vondst, niet veel waard maar wel van grote betekenis: “Wie weet wat we vinden. Wie weet op welke manier het geloof door kan gaan in de harten van de mensen.”

Ik hoop dat plaatselijke gemeenten ruimte bieden aan pioniersplekken met hun nieuwe doelgroepen, en ze willen dragen. Maar ik weet, pioniersplekken zijn kwetsbaar in hun handen. Het is daarom van belang dat de landelijke kerk zich ondubbelzinnig achter dit initiatief blijft scharen en de pioniersplekken ruimhartig blijft steunen. Geloof moet worden doorgegeven. Pioniersplekken dragen daar aan bij.

In: Geruchten, no. 46, oktober 2015, p.5-7.

Theresia van Avila

Theresia van Avila is een mystica uit de zestiende eeuw. Vandaag is het haar feestdag. Theresia had een intiem contact met God. Ze sprak overal met hem. Er wordt over haar verteld dat op ze een dag met een paar van haar medezusters in een boerenkar een snel stromende beek probeerde over te steken. Het water van de beek stond heel hoog. Toen ze eindelijk aan de andere kant waren gekomen, drijfnat en onder de modder, keek ze omhoog naar de hemel en zei: “God, als dit de manier is waarop jij met je vrienden omgaat, dan is het geen wonder dat je weinig vrienden hebt.”

Ik trek een kaart bij de vraag: Op welke manier gaat God met mij om?


De kaart die ik trek is drie van bekers. Drie vrouwen dansen met elkaar en brengen een toost uit. Het water stroomt overvloedig uit hun bekers. God gaat met mij om als een vriendin die met mij het leven viert, rijk gezegend. 

Tamme kastanjes

Deze dagen vallen de tamme kastanjes van de bomen. In de iconografie staan kastanjes voor de ‘voorzienigheid’, omdat arme mensen kastanjes uit de natuur konden halen, zonder daar iets voor te hoeven betalen. Vraag voor mijn kaart: Wie zal mij voorzien?

Ik trek Calafia, de zwarte amazonekoningin. Een woeste, feilloze krijgster, een vurig leidster in het bezit van een hoop enthousiasme. Zoals kastanjes voor het oprapen liggen, zo ligt deze kracht ook voor het grijpen. Voor als het van pas komt. ;-)

Bollen

Oktober is de tijd om bloembollen te planten. Ze rusten in de aarde tot het lente wordt. Mijn vraag voor een kaart is: Wat kan ik in de koude winter laten rusten in de aarde zodat het wortelen kan?

De kaart die ik trek draagt de titel: 'Malama'. 'Beschermen' en 'zorg dragen' zijn betekenissen van dit woord uit Hawaï. De vrouw op de kaart gezorgd heeft voldoende om van te leven en trommelt tevreden op haar drum.

Ik heb een tijdje moeten nadenken over de kaart. Ik denk dat ik deze tevredenheid laat wortelen in de aarde.


Vogeltrek

In deze tijd trekken de vogels. Ze komen om hier te overwinteren of vertrekken om naar zuidelijkestreken te gaan. Hoog in de lucht vliegen ze. De vogels die hoog boven de grond vliegen en naar andere landen gaan, zien veel. Vraag om mijn kaart bij te trekken: Wat geeft mij een ruim blikveld?


De amazone op de kaart uit de Dochters van de Maan Tarot is wel heel strijdlustig. Daar moet ik me even over heen zetten. Ze is in ieder geval 'in de flow'. Als ik in de flow ben, lekker bezig, dan ben ik het minst pietluttig en kritisch. De flow geeft me een ruim blikveld.

Maar er is een tweede antwoord. De Amazone bestuurt twee verschillende paarden, een witte en een zwarte. Wanneer er de noodzaak is om twee verschillende werelden bij elkaar te brengen, dan krijg ik een brede blik. Dan moet ik me verdiepen in visies, gewoonten en behoeften van beide kanten. Dat geeft me een brede blik en maakt me misschien zelfs ook wel strijdlustig.